Stripkap

Een webarchief van stripjournalist Gert Meesters


Baudoin: geen leven als pinguïn

Onderstaand interview van zes juni 1998, naar aanleiding van de Nederlandse vertaling van de strip Piero, vormde de basis voor een kort artikel in De Morgen op 27 juli 1998. Een iets uitgebreidere versie verscheen in het boek Stripjaar 98 bij Sherpa. Deze tekst werd uitgeschreven in de spelling-Geerts.

In tegenstelling tot de meeste van uw boeken is Piero getekend met een tekenpen en niet met een penseel. Uw eerste boeken zijn ook zo. Is de keuze voor de pen een bewuste terugkeer naar het verleden?
Scène uit PieroBij Piero is er een heel speciale reden waarom ik de pen heb gekozen. Het verhaal gaat over mijn broer en ik die samen opgroeien. Ik wou dat mijn broer mee tekende aan het boek. Hij zei dat hij wel wilde, maar dat hij geen strips kon tekenen. Ik moest de pagina-layout voor hem doen.
Voor de eerste keer was ik dus verplicht om op voorhand te plannen hoe mijn strip er zou uitzien. Vroeger schreef ik veel (literaire) tekst vooraf, en begon ik daarna te tekenen. Door te werken voor de Japanners had ik al geleerd om een synopsis van een dertigtal pagina's te schrijven, omdat ze hun zegje wilden doen over het senario, maar pagina-layouts had ik nog nooit vooraf gemaakt. Je moet ook weten dat ik in de beginfaze van een boek zo weinig mogelijk in mijn atelier werk. Ik teken daar natuurlijk mijn boeken uit, maar om ideeën te krijgen moet ik rondwandelen in de stad. Dan neem ik een schriftje mee en teken ik aan een terrastafeltje. Omdat mijn tekenmateriaal gemakkelijk te hanteren moet zijn, gebruik ik een pen. Zo heb ik dus Piero helemaal uitgetekend in een schriftje.
Ik heb mijn broer het boek laten lezen, maar hij had te veel werk om mee te tekenen aan de definitieve versie. Of misschien kon hij zichzelf niet zo ver krijgen om zijn eigen levensverhaal te tekenen. Ik wil geen poging doen om zijn gedrag te verklaren. Het enige dat hij getekend heeft, is de cover van de Franse uitgave van Piero. Voor de rest van het boek stond ik er alleen voor. Ik heb mijn schriftschetsen vergroot en overgetekend. Omdat ik bepaalde pennentrekken wel goed gelukt vond, heb ik voor het uiteindelijke boek ook een pen gebruikt.
Dat wil dus niet zeggen dat ik het penseel opgeef. Ik ben nu een dik nieuw boek aan het tekenen voor Seuil Jeunesse op het senario van een jonge vrouw en daarvoor gebruik ik weer een penseel. Er komt binnenkort ook een boek uit bij Autrement over buitenwijken. Wat ik voor dat boek heb gemaakt is nogal gewelddadig, psychologisch dan toch. Voor dat boek heb ik weer de pen gebruikt, in een nog andere stijl dan voor Piero. Ik gebruik meer zwart. Volgens mij zal het sommige mensen aan Thomas Ott doen denken. Ik ben tot de konklusie gekomen dat afwisselen met materialen nodig is. Door de ervaring die ik bij het maken van Piero heb opgedaan met de pen, heb ik het gevoel dat mijn volgende boek met penseel mijn beste penseelwerk tot nog toe bevat. Het ene instrument helpt je om het andere beter te leren kennen. Je kan het misschien vergelijken met een musicus die de ene keer een piano en de andere keer een gitaar bespeelt. Nu heb ik wel erg lang geantwoord hè.

Piero was bedoeld als een kinderboek. Denkt u niet dat het af en toe te ingewikkeld is voor kinderen?
Jazeker. Het is toch wel grappig om te zien hoe de dingen verlopen. Ik werk voor Seuil Jeunesse en voor L'Association. Seuil Jeunesse (waarbij Piero verschenen is) houd ik voor kinderboeken, L'Association is de uitgever die mijn boeken voor volwassenen uitgeeft. Dus in mijn hoofd zit dat onderscheid. Maar de uitgever bij Seuil trekt de boeken richting volwassenen. Hij geeft me aanwijzigingen om bepaalde dingen uit te werken of te verklaren. Maar als ik die dingen uitwerk, vertel ik dingen voor volwassenen, bijvoorbeeld over welke keuzes je maakt in je leven. Dus eigenlijk had dit boek bij L'Association uitgegeven moeten worden (lacht smakelijk).

Is het mogelijk om Piero te lezen als een motivatie voor uw striploopbaan?
Oei. Dat onderwerp is zo uitgebreid dat het een apart boek verdient. Hoe kan ik dat eenvoudig uitleggen? (stilte) Piero is een van de motivaties. (stilte) Er is één ding dat ik erg betreur: dat mensen hun kinderdromen opgeven. Waarom gaan de mensen niet, zoals Jacques Brel al zong, tot het einde van hun droom? Ik zou graag zien dat de ogen van de mensen hun leven lang schitteren. Maar iedereen geeft zijn droom op omdat je genoeg moet kunnen verdienen om te overleven. Het maakt niet uit wat die droom is. De ene kijkt graag naar de zee, de andere speelt graag gitaar. Iedereen zijn eigen muziek. Het is voor mij een groot mysterie waarom mensen hun dromen opgeven. Mijn broer is een van die mensen en dus ook maar één van de redenen. Misschien is mijn broer belangrijk geweest, maar dat weet ik niet.

Uw broer droomt niet meer. Is Piero dan ook een levensles voor kinderen?
Jazeker. Het gaat over volwassen worden en hoe je dat vooral niet moet doen. Voor mij betekent volwassen worden dat je binnenstapt in je droom. Als het daarentegen betekent dat je een das omknoopt en eruit gaat zien als een pinguïn, dan hoeft het voor mij niet. (lacht)

Uit Piero spreekt toch ook een enorme liefde voor uw broer.
Als we samen zijn, is het alsof we elkaar nooit verlaten hebben sinds onze jeugd. We staan dus heel dicht bij elkaar.

U heeft daarnet gezegd dat Piero als uw broer wel een belangrijke rol heeft gespeeld in uw idee over volwassen worden. Beschouwt u Piero dan ook als een van de belangrijkere boeken die u al gemaakt hebt?
Ja. Zelfs al is het tema niet helemaal op een diepe, filosofische manier aangeraakt. (stilte) Maar misschien behandelen al mijn boeken wel hetzelfde tema tot op zekere hoogte. Ze gaan altijd wel over rusteloos reizen. Normaal gezien is er bij mij op het einde van een boek niks echt geëindigd. Maar toen ik De Reis maakte voor de Japanners, wilden ze een happy end op zijn Amerikaans. Ik kan dat normaal niet. In de Franse versie zegt het zoontje tegen de vader: "Ik geloof niet dat je blijft, vader". Vreemd genoeg heeft de Nederlandse uitgever de Japanse versie van het einde gekozen. Misschien heeft hij wat zekerheid nodig in zijn leven. (lacht)
cover Piero
Piero is een boek over uw kindertijd. Tot op welke hoogte is het nog waar gebeurd wat u beschrijft?
Hoe oud ben je? 26? Zelfs op die leeftijd zijn er al dingen waarvan je zeker weet dat je ze meegemaakt hebt, maar tegelijkertijd lijken ze beleefd te zijn door iemand anders. De gebeurtenissen lijken zich te bevinden in een vreemd land, waar je al een hele tijd niet meer bent geweest. Heb je daar echt een rivier gezien? Loopt die rivier nog? Of denk je alleen maar dat je hem gezien hebt? Ik heb een zoon van 33, die ik nog wel zie en van wie ik hou. Hij heeft me nog niet zo lang geleden grootvader gemaakt. Maar als iemand me zegt dat hij mijn zoon niet is, zal ik hem misschien even geloven. Ik heb foto's van hij en ik, terwijl ik hem op mijn rug draag. Daar zie ik duidelijk dat hij mijn zoon is, maar nu is dat niet meer zo evident. (lacht)

Wat denkt u van de boeken die bij Sherpa vertaald zijn als een soort staal van uw volledige oeuvre?
Er zit een beetje van alles bij. Het lijkt me wel een goede selektie. Met Carla zit er een boek bij dat ik niet zelf heb geschreven: Lob heeft dat geschreven. Sinds Piero zit er ook autobiografie in. Dat is natuurlijk een belangrijke komponent van mijn werk. En dan De Reis. Misschien moet er nog een moeilijker werk bij, een autobiografisch werk dat bij L'Association is verschenen, zoals L'éloge de la poussière. Maar ik weet dat de Nederlandse uitgever dat zeker ooit nog wil doen.

Werkt u liever aan een boek dat u zelf schrijft, of werkt u liever met een goede senarist?
Dat vind ik moeilijk. Tot nu toe was het duidelijk. Als ik met een senarist werkte, zoals Jacques Lob, dan vond ik het senario wel interessant. Maar na een tijdje, omdat ik als tekenaar langer bezig was met een pagina dan de senarist, begon ik dingen op te merken en wou ik elementen veranderen. Op dit moment werk ik met een jonge vrouw aan een boek en bij dat senario heb ik dat gevoel helemaal niet. Ik leer dus nu hoe verrijkend het werken met iemand anders kan zijn. Tegelijkertijd moet ik toegeven dat ik al bij een eerste lezing van het senario vond dat het een verhaal was zoals ik het ook zou vertellen. Alleen kon ik het niet vertellen, omdat ik geen vrouw ben. Als man zijn er plaatsen waar je niet kunt gaan.

Maar er is ook een duidelijk verschil tussen zo'n senario van Lob en het senario van die vrouw.
Daar heb je een belangrijk punt. Lob en Frank zijn mensen die een stripgrammatica bezitten, terwijl ik me daar nog altijd niet gemakkelijk bij voel. De vrouw waar ik nu mee samenwerk, heeft helemaal geen stripachtergrond, maar een literaire. Geen enkele senarist, noch Lob, noch Frank, kan woordeloze pagina's schrijven. Altijd willen ze er tekst bij, alsof ze willen bewijzen dat ze hard gewerkt hebben aan het senario. Altijd willen ze er een zinnetje boven dat zegt 'Het is mooi weer'. Als je woordeloze pagina's aantreft in een strip, mag je er zeker van zijn dat de tekenaar ook de senarist is. (lacht) Voor zo'n kompleet auteur kan tekst ook heel belangrijk zijn, maar hij wisselt meer af. Die vrouwelijke senarist over wie we al een tijd doorgaan, laat me hele pagina's maken waarop een meisje wandelt en rondkijkt. Zij is duidelijk geen senarist. (lacht) Echte senaristen willen het beeld zo veel mogelijk kontroleren. Daardoor zetten ze de tekeningen helemaal vol met tekst en beeld. Ik heb nooit met een Japanse senarist gewerkt, want in Japan worden wel veel beelden zonder tekst gebruikt. Maar Europese senaristen doen alsof een pagina kostbaar is, alsof er zo veel mogelijk op moet kunnen. Ook uitgevers vinden het abnormaal als je drie pagina's lang alleen maar wolken tekent, terwijl dat eigenlijk soms wel nodig kan zijn.

Dat was voor u misschien ook een reden om Le premier voyage om te werken tot Le voyage, omdat de uitgever u veel meer plaats gaf?
Jazeker. Ik vergelijk het altijd met muziek. Ook in muziek moet je afwisseling hebben. Altijd dezelfde geluiden is niet interessant. Muziek is voor mij het belangrijkste als ik een boek maak. Er zijn snelle en langzame momenten, die elkaar afwisselen. Het ritme bepaalt of een boek goed is. In de Europese strip gebeurt het te vaak dat een boek er een hoog ritme op nahoudt. Uithijgen kan pas als het boek uit is.

Hoe voelt u zich als gerespekteerde en iets oudere auteur tussen de jonge bende van L'Association, de groepering die uw moeilijkere boeken publiceert?
Soms voel ik mij de jongste van het hele stel. (lacht) Ik kom terug op de droom en op de schittering in de ogen. Ik heb het eigenlijk gemakkelijk gehad als tekenaar. Ik ben begonnen als boekhouder en ik heb dus geleefd in de wereld zonder dromen. Op een bepaald moment heb ik gekozen voor het tekenen. Op dat moment heb ik besloten dat de andere mensen en tekenen de enige belangrijke dingen in mijn leven zouden worden. De tekenaars bij L'Association proberen ook hun dromen te doen uitkomen, maar ze willen tegelijk ook gerespekteerde grote auteurs worden. Daarvan ben ik voor altijd genezen. Die genezing heb ik doorgemaakt in die andere wereld. Ik ben rijk als ik voor de Japanners werk en arm daarna, maar dat is niet belangrijk. Daar gaat het leven niet over. Misschien heeft het ook wel met leeftijd te maken. Omdat ik ouder ben, stel ik mezelf misschien niet meer dezelfde vragen. Dus ben ik jonger door ouder te zijn.

Misschien begrijp ik de mannen van L'Association ook wel.
Je moet kunnen overleven en je kinderen eten kunnen geven natuurlijk.

Dat ook, maar ze staan vooral nog niet waar u staat.
Jazeker. Het is gemakkelijk om te zeggen dat het niet belangrijk is als je al een bepaalde status hebt bereikt. Je hebt gelijk. Soms ben ik bang voor bepaalde jonge auteurs en ik noem geen namen. Ik zie dan dat ze verstrengeld geraken in het web van de reklame. Dat vind ik dan jammer, omdat ze heel sterke strips maken. Mensen als Blutch of Joann Sfar maken de toekomst uit. Sfar bijvoorbeeld is heel intelligent. Ik denk wel dat hij tot het einde van zijn droom zal gaan. Ik wil vooral dat ze volhouden.

Vorige keer vertelde u me dat Juillard uw tekeningen had omschreven als een manier om te schrijven. In de 100ste Zozolala lees ik dat u een strip omwerkt tot een roman.
Dat is zo. Maar ik ben al vijf keer herbegonnen, dus de strip waarvan ik vertrokken ben, Terrains vagues, is eigenlijk niet meer verbonden met het boek. Om niet telkens opnieuw te moeten beginnen, ga ik binnenkort een computer kopen. Ik wil ook nog eens een boek maken over het mooiste verhaal van de wereld, dat me nu al anderhalf jaar overkomt. Ik kan er niet gewoon een boek van maken, want de mensen zouden denken dat ik er een schepje bovenop doe. Maar dat is niet zo. Ik beleef de hele tijd dingen die mooier zijn dan een film. Meestal moeten auteurs iets overdrijven om er een mooi verhaal van te kunnen maken, maar ik moet het afzwakken. (lacht) Anders geloven de mensen me niet.

Welke motivatie zit achter die adaptatie? U bent heel goed in het kombineren van tekst en tekening. Waarom zou u dan de tekening opgeven?
Toen ik mijn eerste strips ging maken, wist ik niet dat ik graag schreef. Maar om die eerste strips te maken, heb ik wel veel geschreven. Ik werk altijd met schriftjes. Dikwijls staan daar tekeningen en tekst in, maar soms ook alleen tekst. Door strips te maken heb ik er plezier aan beleefd om de woorden op de juiste plaats te zien vallen. Wat ook kan meespelen is dat mijn relaties de laatste jaren allemaal langeafstandsrelaties zijn. In Parijs of zelfs in het buitenland. Daardoor onderhoud ik lange korrespondenties en heb ik nog meer plezier gekregen in het schrijven.
Cover van L'association en Egypte
U heeft voor het kollektieve boek L'Association en Egypte een verhaal gemaakt over onder andere vrouwelijke besnijdenis. Was dat al uw bedoeling voordat u naar Egypte ging?
Nee, helemaal niet. Zelfs vóór het projekt van L'Association om naar Egypte te gaan, had ik de reis naar Alexandrië al aanvaard. Iemand op het Franse konsulaat daar had me naar daar gehaald. Ik vond het een interessante reis omdat ik begaan ben met de volkeren rond de Middellandse zee. Ik woon zelf in Nice en Alexandrië ligt aan dezelfde zee. Ik vind dat we onze deuren niet moeten sluiten voor de zuidelijke kant van de Middellandse zee. Grenzen met prikkeldraad zijn nergens goed voor. Ik wou eigenlijk voornamelijk de verwantschap tussen de volkeren vertellen, maar toen ik daar was, nam dat onderwerp vanzelf alle plaats in. Niet omdat ik wou vertellen dat die praktijken smerig zijn, maar uit medemenselijkheid. Als ik één pagina meer had gehad, had ik waarschijnlijk beter duidelijk kunnen maken dat ik de mensen daar graag zie, maar ja.

Zijn strips voor u liefde?
Ik maak strips om aan andere mensen duidelijk te maken dat ik ze graag zie, ja. Maar wie kan leven zonder liefde?

Gert Meesters

thuis<>interviews<>reportages<>over deze site<>contact

Samenstelling: Gert Meesters / laatste update: 30-05-2006 .
Deze site ziet er het best uit op een Mac, zoals alles eigenlijk.
Het copyright op gebruikte afbeeldingen uit strips behoort toe aan de vermelde auteurs en uitgeverijen.