Stripkap

Een webarchief van stripjournalist Gert Meesters


Stripauteur Gerrit de Jager verklaart zijn sukses:
'Er is een marketingman aan mij verloren gegaan'



Gerrit de Jager is een grappentappend fenomeen. Zijn strips zijn razend populair in Nederland, met 'De familie Doorzon', als hilarische spiegel van de Nederlandse maatschappij, op kop. Daarnaast staat Gerrit de Duizendpoot in voor nog zes andere strips en eenmalige projekten als tv-series of kinderboeken. Zijn faam beperkt zich niet tot het grondgebied van onze Noorderburen: Het Belang van Limburg publiceert zijn 'Liefde en Geluk' en De Nieuwe Panorama heeft 'Eva en Adam'. Een gesprek met een onbewust woekerende knapperd, over België, Nederland, Frankrijk, de Kerk en de bedrieglijkheid van eenvoud.

Is 'De Familie Doorzon' een politieke strip?

Het hangt natuurlijk van je definitie van het woord 'politiek' af. Ik beschouw die reeks wel als een maatschappelijke strip. Het is niet zo dat ik niks te melden heb over de maatschappij, maar in 'Doorzon' ben ik vooral aan het signaleren. Heel af en toe, en dat is nu minder dan vroeger, maak ik me heel erg boos over iets en dan is de strip een bijzonder goede manier om dat duidelijk te maken, om te scoren. Het is dan prachtig als je twee jaar later ongelijk blijkt te hebben gehad. Maar dan kun je nog altijd zeggen dat het maar de mening van een stripfiguur was. Of een mening die je hebt opgepikt op kafee, weet je wel (pretoogjes).

Het is geen doel op zich om een bepaalde boodschap in een reeks kwijt te kunnen?

Vroeger wel. Maar toen ik begon had je ook nog veel meer maatschappelijke tegenstellingen. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig had je in Amsterdam de krakers, het feminisme, de opkomst van new age, de afkalving van het geloof. Maar zelfs in het begin was het maar de vraag wat ik daar nu eigenlijk van dacht. Ik weet het zelf wel, maar voor de lezer is het niet zo vanzelfsprekend. Is De Jager nu voor het geloof of ertegen? Of is hij alleen maar tegen de Kerk? Je zou mijn laatste grappen over de Kerk zo kunnen lezen dat de ouderwetse pastoors die ik teken, voor mij de enige goeie zijn. Er zit in het voorlaatste album bijvoorbeeld een grap bij over iets dat ik op tv heb gezien: een mis over het milieu. Staat daar zo'n pastoor in spijkerbroek en T-shirt, die galmt: 'O Heer, wij vervuilen uw water'. Nou, als katoliek zou ik dat niet pikken. Ik wil wel horen dat Jezus over dat water loopt, maar of dat vervuild is, dat is onze zaak niet. Daar is Greenpeace voor. Omdat je je boodschappen in humor verpakt, is het altijd maar zeer de vraag wat je wilt overbrengen.

Je houding is ook erg dubbelzinnig. Je lacht ermee, maar een goor personage als John Doorzon blijkt op zondag plots een nette heer te zijn en naar de mis te gaan.

Jaaaa.

Maar hij is toch verschrikkelijk hypokriet.

Een tipische hypokriete ouderwetse katoliek. Dat is natuurlijk begonnen omdat je dat soort mensen toen ik met Doorzon begon nog veel om je heen zag. En het katolieke geloof heeft die houding nog steeds. Maar in die strip over die milieudienst, stond ik erg achter John Doorzon, die plots opstond en zei 'Wat krijgen we godverdomme nou hee? Als ik een broeikaspreek wil ga ik wel naar Milieudefensie.' Daar had hij volkomen gelijk in. Hel en verdoemenis moet worden gepreekt. Op de radio op weg naar hier werd aan de aartsbisschop van Nederland gevraagd waarom zo weinig mensen nog in God geloven. Hij antwoordde, en ik was het met hem eens, dat dat zo was omdat de Kerk veel te modern was geworden. Tot in de jaren vijftig zei je gewoon 'Mea culpa, mea culpa, mea culpa'. Als je dan 'Mijn schuld, mijn schuld, mijn schuld' begint te zeggen, dan denk je: 'Hoezo, mijn schuld?' Door de direkteur van Paradiso, de grote rocktempel in Amsterdam, die zelf ook katoliek is, zijn onlangs ouderwetse hoogmissen in het Latijn georganiseerd. De Paradiso zat stampvol. Het had wel een beetje een dubbele bodem, hoor. Ik zat daar ook maar wat te giechelen. Maar de sfeer - als toneelvoorstelling - was behoorlijk. Nou goed. Dat is een erg lang antwoord op een korte vraag.

Liefde en Geluk 1Kijk je bewust naar de aktualiteit om stof te vinden voor je strips?

Nee. Dat is voor mij een manier van leven. Kranten lezen, televisie kijken. En dan nog niet eens naar aktualiteitsprogramma's. Ik kijk naar alles. Weten wat er leeft is het belangrijkste. Ik moet wel zeggen dat ik de laatste tijd soms moeite heb om te weten waar De Gewone Man mee bezig is, om naar hem af te dalen. Met welke auto rijdt hij tegenwoordig - nou ja, dat zie je nog wel een beetje - of welke loterijen zijn er. Of zelfs welke drugs er momenteel in zijn. Vroeger kreeg ik dat vanzelf mee, nu moet ik me erin verdiepen. En dat vind ik wel eens moeilijk. Maar voor het overige... Bij sommige onderwerpen duurt het lang voordat ik doorheb dat het een belangrijk maatschappelijk issue is, maar àls het echt een maatschappelijk issue is, dringt het toch vanzelf tot je door.

Selekteer je de onderwerpen voor elke reeks? Seks, politiek, geloof zijn bijvoorbeeld voor 'Doorzon' bijvoorbeeld.

Nee. Dat is me wel eens vaker gevraagd. Al mijn reeksen staan op automatisme. Ik heb voor mezelf altijd de grondregel gehanteerd dat als ik een nieuwe stripreeks bedacht, ik niet mocht denken: 'Wat een zonde van die plot. Die had ook voor 'Doorzon' gekund.' Want dan was ik verkeerd bezig, begrijp je? Ik heb mijn reeksen zo ingedeeld, en ik geloof dat ik dat wel goed heb gedaan, dat de verschillende werelden elkaar nauwelijks overlappen.

Bij 'Sneek' zou je je daarover toch vragen kunnen stellen.

Ja, maar 'Sneek' is ook een spin-off van 'Doorzon'.

Natuurlijk, maar in het tweede deel van dat album zit je je af te vragen of je in een album van Sneek of van Ronnie D. zit.

Daar zit wel wat in. Maar het heeft er veel mee te maken dat ik 'Sneek' niet als een aparte serie zie. Ik maak die serie ook in dezelfde periode als ik 'Doorzon' maak. Ronnie D. was in het begin opvallend aanwezig in 'De Familie Doorzon', omdat kokaïne en andere drugs toen een belangrijk maatschappelijk tema waren. Nu kan ik daar geen paginagags meer van maken. 'Sneek' bevat dus strookgags over onhandige manieren van drugs smokkelen. Ik moet wel toegeven dat als de spin-off niet bestond, ik drie van zo'n grapjes wel in een pagina 'Doorzon' kon gieten. Maar ik zie 'Sneek' dus echt als een spin-off, een reeks die zoals in de vooroorlogse Amerikaanse strips, in een klein strookje onder de paginagrote grap staat. Alleen wordt in dit geval de spin-off niet samen met de gagplaat geplaatst.


Op dit moment maak je zeven stripseries, waarvan je er zes ook tekent en schrijf je de tv-serie Te Huur voor Teleac. Hoe speel je dat klaar?

Ja.

Je werkt niet met ideeënleveransiers?

Nee. Ik teken ook alles zelf. Ja. ik weet het niet.

Op een gegeven moment stop je toch? Dan heb je het toch niet meer nodig. Zeker niet ekonomisch.

Nee, ik heb het niet nodig. De laatste serie die ik bedacht heb, 'Eva en Adam', is in embryonale faze toch al vijf jaar oud. Het is nu eenmaal zo dat mijn kreativiteit wordt geprikkeld door wat de markt vraagt. Bij 'Eva en Adam' was het de tekenaar, Bercovici, die mij vroeg om iets voor hem te maken. Hij zat vast met 'Vrouwen in het wit' en wilde iets volwasseners. Ik bewonderde hem als tekenaar en vond hem een aardig mens, dus wou ik die reeks voor hem maken. Ik vond het ook een uitdaging omdat de strip vooral voor een Frans publiek bedoeld was. Fransen zijn dom en willen seks. Omdat ze dom zijn, had ik een situatie nodig die ik niet hoefde uit te leggen. Dus heb ik iets genomen dat al bestond: Adam en Eva. Bloot gegarandeerd, want ze hadden nog geen kleren. Seks, daarvoor hebben we de slang. Neem nog een vleugje religie en het marketingkonsept is kompleet. Ik teken de situaties oppervlakkig uit voor hem, en als rastekenaar werkt hij ze verder uit. Ik heb er dus niet zo veel werk aan.

En Bercovici is heel populair in Frankrijk.

Ja, maar dat heb ik niet uitgezocht. Als het echt een marketingkonsept was geweest, had ik hem er als tekenaar bijgezet. Maar hij kwam - dat moet je geloven - naar mij toe. Het was echt een spelletje. Ik zei tegen Bercovici dat hij dat konsept in een dag verkocht zou hebben. En de volgende dag belde hij dat het inderdaad verkocht was. Aan Albin Michel, meteen de grootste. Ik had zoiets van 'goh, er is een marketingman aan mij verloren gegaan'. Het is dus altijd wat de markt vraagt. Ik heb nu een kinderboek gemaakt. Ik had dat al lang op mijn verlanglijstje staan, maar op een gegeven moment vroeg een uitgever me om een kinderboek voor kinderen rond de acht jaar, dat iets brutaler was dan de kinderboeken die ze normaal maakten. Dat heb ik gemaakt. Ze wilden er dan een serie van maken, maar dat vond ik niet leuk meer. Nu hebben ze iets gevraagd voor kinderen van twee tot drie. Dat ga ik ook maken. Het is trouwens een spin-off van 'Doorzon', met Dozo. Alles wat ik maak, is gevraagd. 'Roel en zijn beestenboel' is gevraagd door een kinderblad dat a) iets met dieren wilde, omdat dat sinds 'Tom Poes' en 'Donald Duck' in Nederland nu eenmaal onvermijdelijk is. Maar ze wilden iets alternatiefs. 'De Familie Doorzon' is een heel gerichte vraag geweest: 'Jan, Jans en de kinderen' is in Nederland heel populair. De Nieuwe Revu wilde ook een familiestrip, maar een harde familiestrip. 'Liefde en geluk' is gevraagd door Het Parool. Die krant wou gewoon een strip van mij. En ik heb dan gedacht: laat ik maar vertellen over waar ik verstand van heb. En een jongen die achter een meisje aanzit, was een tematiek die me toen zeer nauw aan het hart lag. 'Eva en Adam' heb ik net verteld. Wat staat er nog meer op het lijstje? 'Sneek' is een spin-off, 'Toon Ladder' kwam voort uit een gerichte vraag. 'De Postbode' is een heel duidelijk geval. Dat was voor een meisjesblad en ze wilden op de brievenpagina een stripje over een postbode. Dat blad bestaat niet meer, maar de PTT heeft de strip overgenomen.

Liefde en geluk 3 Waardoor laat je je leiden om een opdracht al dan niet te aanvaarden?

Het punt is dat ik tot voor kort alles aannam.

Het moest niet echt een nieuwe uitdaging betekenen of zo.

Het was altijd een uitdaging voor mij. Van toen ik professioneel strips begon te maken, heb ik altijd meer dan één serie gehad. En er kwamen er altijd maar bij en dat bleek telkens nog te kunnen. Tot voor kort. Ik speel dat klaar door mijn fysieke en psychische instelling. Ik ken een kaakchirurg, die op freelance basis heel Europa doorkruist en heel veel geld verdient. Maar ook een heel relaxte jongen is, want hij werkt maar drie dagen per week. In de andere dagen tekent en schrijft hij - zo heb ik hem leren kennen. Laatst hadden ze hem een heel goede baan aangeboden als hoofd van een afdeling klinische kaakchirurgie. Nu is dat een zware soort kaakchirurgie, waarbij het niet ongewoon is dat er mensen niet levend van de operatietafel komen. Hij zegt dus: 'Dat bezorgt mij stress, dus ik doe het niet'. Maar, vertelt hij, er zijn ook chirurgen die van dat soort spanning leven, die graag 's nachts uit hun bed worden gebeld. Nu is dat bij mij niet het geval, maar ik leef wel van de spanning van de deadline. Ik werkte vroeger samen met Wim Stevenhagen, die daarin totaal tegengesteld is aan mij. Hij werd gek van mij en ik werd gek van zijn lamlend - in mijn ogen - lamlendig gedoe. Achteraf is dat heel onrechtvaardig van mij, want hij moest ook heel hard werken. Ik werk gewoon van acht tot vijf. Daarna doe ik boodschappen en 's avonds doe ik heel veel, maar geen stripwerk. Dan schilder ik mijn huis, werk ik in mijn tuin... Het moet al heel erg misgelopen zijn voordat ik daarvan afwijk.

Voor iemand met zoveel series valt dat dus nogal mee.

Ja. Ik had vroeger wel assistenten, maar dat kostte me meer tijd dan ik ermee won. Plus ik was nooit tevreden. Er staat dan wel een auto, maar om nu te zeggen dat hij lekker rijdt... Ik heb dus geluk daarmee. In het begin was ik heel erg gefrustreerd omdat kollega's in interviews over me zeiden dat ik wel goed was, maar dat ik met mijn krachten smeet. Een leuke anekdote hierover: Hanco Kolk had een tijd geleden de opdracht gekregen om de muren van een kinderziekenhuis te beschilderen, maar hij kon dat niet aan. Hij had dus andere tekenaars gevraagd om te komen helpen. Daar was nogal wat ruchtbaarheid aan gegeven en de tv was dus ter plaatse. Hanco was daar al een hele dag aan het werken en ik kwam daar 's middags aan want ik had niet veel tijd. Dat is wel inherent aan wat ik vertel over mijn manier van werken: je hebt niet veel tijd. Ik ging dus eens kijken naar Hanco's werk. Hij stond daar met overheadprojektors en zorgvuldig voorgeschetste tekeningen op de muur. Een kameraploeg stond erop te kijken. Ik werd ondertussen ontzettend nerveus, want ik had niks voorbereid en ik had ook geen tijd. Ik kon dus niks anders doen dan direkt beginnen. Dat heb ik dan maar gedaan, lekker groot op die muur beginnen kliederen. Bij een strip moet je eerst schetsen, maar op zo'n muur kan je nog lekker veel korrigeren. Je kunt er nog een huisje achter zetten en een boompje voor. Dus ik was bezig en die kameraploeg dacht: 'Daar gebeurt wat'. Ze zijn mij dus komen filmen en 's avonds was ik op het journaal en Hanco niet. Hij heeft me dan uitgescholden voor 'Vuile lul', ook wel wat lachend natuurlijk. Dat illustreert mooi het verschil van werken.

 Liefde en geluk 4 Er wordt veel drukte gemaakt over het feit dat jij zo snel strips kan maken. Snap jij waarom daar zo verontwaardigd over wordt gedaan?

De Beatles hebben hun eerste LP opgenomen in twaalf uur.

Je tekenstijl is ook heel minimalistisch; geen detail te veel.

Dat is niet bedacht. Je denkt toch niet: ik wil veel werken, dus ik ga een tekenstijl ontwikkelen die een perfekt transportmiddel is... Nee.

Je tekent alleen de personages en zelden meubilair of zo.

Nee. Waarom? Leg mij eens uit waarom ik meubilair zou tekenen? Dat is helemaal niet nodig. Er zijn ook tekenaars die daar nog verder in gaan dan ik. Ik heb er ooit met Jan Kruis een diskussie over gehad. Als de personages van Jan Kruis op een bank zitten, dan zie je van die bank alleen een horizontale lijn. Ik durf bijvoorbeeld de kamera nog wel eens achter de bank te zetten en silhouetten te tekenen. Jan was daar boos om. Hij vond dat ik de verwachtingen van de lezer niet moest veranderen. Een lijntje is een bank. Sindsdien doe ik dat nooit meer. Daarom vertel ik ook altijd die anekdote over de Beatles. Ze hebben John Lennon ooit in een interview gevraagd of het waar was dat die eerste LP in twaalf uur was opgenomen. Waarop hij antwoordde: 'Ik zal je nog meer vertellen. Over de tweede hebben we nog langer gedaan.'

Dat heeft als gevolg dat voor jou de grap de essentie is. De vormgeving is minder belangrijk.

Ik zou daar heel gemakkelijk ja op kunnen antwoorden, maar dat is niet waar. Ik denk dat mijn tekenstijl bij mijn grappen past, net zoals Gummbah's tekeningen bij zijn grappen passen. Ik bedenk wel eens een Gummbah-grap, die in mijn tekenstijl nergens op slaat. Ik bedenk ook wel eens een grap waarvan ik denk dat het een heel goeie Guust-grap zou geweest kunnen zijn, iets met een machine of een ingewikkelde gitaar. Dat is eigenlijk geen goed voorbeeld, want dat heeft weinig met mijn lijnvoering te maken. Heel zwarte humor in mijn lijnvoering lijkt nergens op. Als je het in muziektermen wil uitdrukken, maakt Gummbah underground en ik pop. Dat is alsof de Beach Boys opeens The Velvet Underground worden. Wat niet betekent dat de Beach Boys slecht zijn.

In je strips wordt sterk gelachen met de Nederlandse maatschappij. Zou België een even dankbaar onderwerp zijn?

Als ik hier zou wonen.

België komt soms wel voor in je grappen. Je hebt zo'n hele reeks gemaakt over de Dutroux-affaire.

Op zo'n moment komt België natuurlijk helemaal bij ons binnen. België komt ook wel wat bij ons binnen via de voetballerij. Gilles De Bilde. Maar toch, je staat er dan van te kijken dat er bijzonder weinig Nederlanders precies weten wat er met De Bilde in België is gebeurd, hoewel de twee landen zo dicht bij elkaar liggen. Ik weet wel wat van België. Ik lees Het Belang van Limburg en De Nieuwe Panorama omdat ik erin sta, en Humo. Maar je moet in een land wonen om er echt mee te kunnen lachen. Het Duitse weekblad Stern heeft wel eens gevraagd of ik geen strip kon maken over de Duitse media. Maar dat gaat niet. Zelfs als je er zou gaan wonen, en na een tijdje goed in je hoofd hebt wie er op tv komt en waarom, dan weet je nog niet wat ze twintig jaar ervoor deden. En die informatie heb je nodig om goeie grappen te kunnen maken. Als een Belgische kwispresentator vroeger in een bandje zat, moet je dat weten om erover te kunnen associëren en grappen te kunnen maken. Als ik Belg zou zijn, zou ik grappen maken over dat gegeven. Daar haal ik mijn inspiratie vandaan.

Liefde en geluk 5 Stel: de Dutroux-affaire. Leg je jezelf grenzen op?

Nee. Wat ik daarnet vertelde over die zwartgallige grappen, is een uitzondering. Ik blijf automatisch binnen bepaalde grenzen. Dat heeft te maken met wat ik zelf grappig vind. Het gebeurt wel eens dat een strip van me geweigerd wordt, omdat de redaktie hem te grof vindt, en dan kijk ik er zelf altijd heel verbaasd naar. Dat is dan een uitschieter voor mij, weet je wel. Je kan ook weer niet zeggen dat ik braaf ben. Ik vind het niet leuk om grappen te maken over uitgemergelde gevangenen in koncentratiekampen in ex-Joegoslavië, zoals Kamagurka en geloof ik Gummbah wel doen. Ik-vind-het-niet-leuk. Mijn vader heeft in een Duits kamp gezeten, dus ik-vind-het-niet-leuk. Precies zoals ik het zeg, begrijp je? Ik vind het niet leuk, maar daarom ga ik het nog niet afkeuren. Ik zal ook wel eens in de lach schieten als ik zo'n grap zie en het mag van mij wel. Vuillemin, daar vind ik niets aan. Plus, wat ik ook wel een beetje heb, het is zo gemakkelijk. 'Dat is dus jouw stijl. Ja. Als ik er een tijdje op zit te denken en je hebt geen tekstschrijver, kan ik wel enkele gore grappen voor je bedenken.' Maar het is net zo goed een truc. Ik heb veel weerkerende grappen, waarbij ik iets telkens van een andere kant bekijk. Dat is subtiel, en moeilijk. Gore humor is niet moeilijk. Gisteren hoorde ik op de radio dat de Nederlandse turnleraar bij uitstek, die jarenlang gymlessen heeft gegeven op de radio, is overleden. Het eerste dat in mij opkomt is dan: 'En lig... en strek...' Ik kan dat nergens kwijt in mijn werk. Misschien wel op de radio, maar dan wel morgen en niet volgende week, want dan is het oud nieuws.

De variaties op een vast tema zijn tipisch voor je werk. Een criticus zou dat gemakzucht kunnen noemen.

Ik noem dat een stijl. Alle Hitchcockfilms zijn ook hetzelfde. Maar er zit een subtiele draai aan. Hij heeft een film gemaakt, 'Rear Window', die zich alleen maar in een huis afspeelt. En toch is de spanning daarin dezelfde als in 'Vertigo', dat helemaal op verschillende lokaties is gefilmd. Bij mij is de situatie wel telkens dezelfde, omdat ik strips maak die zich dicht bij huis afspelen. Bij Sjosji waren ze niet tevreden over de introduktie van het oude tema van de wolf en de zeven geitjes in 'Roel en zijn beestenboel'. Ik heb de hele bende dan - dat is de eerste keer in mijn carrière - op reis gestuurd met een boot. Na twintig pagina's zaten ze op een eiland met een iglo en palmbomen. En ik dacht: 'Waar ben ik in beland?' Ik voelde me helemaal niet meer thuis in mijn strip. Ik voelde me ook stom dat ik me na zo'n carrière nog zoiets liet vertellen. Ik was zo verbouwereerd dat ik opeens kopietjes van mijn strips kreeg teruggestuurd met kringetjes rond de passages die de redaktie niet zo leuk vond. En net toen ik dacht dat ze gelijk hadden, dat ik misschien wat kritischer naar mijn eigen werk moest kijken, belde een groot mannenblad om die strip met die wolf te hebben, omdat ze die zo leuk vonden. Achteraf voelde ik me beledigd en ik heb 'Roel' ook uit Sjosji gehaald. Bij de uitgeverij hebben ze achteraf wel gezegd dat ze het toch nog een goed boek vonden, nu ze alle wolfgrappen achter elkaar hadden gelezen. Wel wat te laat, en ze hebben me erg van mijn stuk gebracht. Ik heb ze dus streng gestraft. De serie loopt wel nog in een programmablad, anders had ik het niet zo gemakkelijk stopgezet in Sjosji.

Als je met die variaties op een vast tema zit, vraag je je dan nooit af of je dat nog nooit gehad hebt?

Sterker nog. Ik weet het zelf niet, maar ik moet het achteraf horen. Gek genoeg is het mij nog nooit overkomen dat ik twee dezelfde 'Doorzon's heb gemaakt, maar bij 'Roel en zijn beestenboel' is dat wel al gebeurd. Ik hoor dat dan in de winkel als ik vraag of ze het nieuwe album leuk vinden. 'Ja, jammer van die twee grappen die ik al eerder heb gelezen'. Er zijn altijd wel spitsvondige mensen in de buurt die me daarop wijzen.

Liefde en geluk 6 Is je humor tipisch Nederlands? Uitgeverij Dupuis stopt met 'Roel en zijn beestenboel' omdat de reeks niet verkoopt in Frankrijk. Heeft dat met de tekenstijl of met de humor te maken?

Met de tekenstijl, die te kaal is voor de Fransen. Fransen willen omarmd worden door het wereldje. Franquin was daar goed in: je wou dat je ook op zo'n redaktie werkte als Guust. Maar Amerikaanse krantenstrips en Nederlandse zijn afstandelijker. Ook in ons toneel zie je dat: wij voeren Hamlet op met een pleksiglazen decor en akteurs op rolschaatsen.

Dus je verklaart je tekenstijl wel door de Nederlandse kultuur?

Ja. Ik kom natuurlijk ook van een akademie waar de hele Bauhausfilosofie werd verkondigd, dus we waren alleen maar aan het weggooien. In plaats van me af te vragen of ik een boom moet tekenen met een gezichtje, teken ik gewoon geen boom. Dat is ook mijn levensfilosofie. Ik leef zo, zonder franjes.

De eerste 'Doorzon's waren nochtans nog wel een ietsiepietsie gedetailleerder.

Dat is onzekerheid. Je kon vroeger zien dat pa Doorzon (demonstreert) bakkebaarden had en een kraag. Dat is zoeken, weet je wel. Dat kan eindigen in één lijn. Dat is ontwikkeling. Als je gitaar speelt, is dat in het begin ook omslachtig en onzeker. Zeker met achtergronden zie je dat heel erg. Als je auto's moet tekenen of huizen.

Je geeft echt de indruk van iemand die goed heeft nagedacht over waar hij mee bezig is, maar je zou dat niet zo direkt zien aan de tekeningen.

Daarom denk ik ook altijd: jullie begrijpen het niet. Als kollega's in interviews zeggen dat ik maar iets doe, dat ik smijt met mijn krachten... Dat is een ontzettend domme fout, want als iets er gemakkelijk uitziet, hoeft dat nog niet gemakkelijk te zijn. Zo ben ik op school opgeleid, en dat is een fout die iedereen steeds maar weer maakt. Ze kijken naar Picasso en zeggen: 'Dat kan mijn zusje ook.' Die eerste stijl van mij, de anekdotische, die heeft wel iets hoor. Het is niet zo dat ik daarop spuug. Het gebeurt wel eens dat ik een cover opnieuw moet maken omdat die zoek is geraakt, en dan ben ik verplicht om in mijn oude stijl te tekenen. Dat is moeilijk, maar ook leuk. Of voor geboortekaartjes teken ik wel eens anekdotisch, maar dat moet ook, want anders moet ik zeggen dat ze hun geboortekaartje pas over drie jaar mogen komen halen, als het tekenen van een baby bij mij voldoende geëvolueerd is, begrijp je? Dozo is ook een goed voorbeeld van een vereenvoudiging van stijl. Hij is nu ongeveer half wit en half zwart, een mooie mengeling dus. Ik vind de hond nog steeds te anekdotisch door de gekartelde randen, weet je wel? Ja, ik draaf nu door, maar het is wel mijn favoriete onderwerp. Het is trouwens een interview met mij. Bijvoorbeeld auto's die rijden. Vroeger tekende je dan een slingertje zoals Hergé en wat bewegingslijntjes. Nu alleen nog maar wat wolkjes, die ik zelfs gesloten maak. Je ziet, ik ben een fanaat. Vroeger keken mijn personages scheel, als er iets op hun hoofd viel. Per toeval ontdekte ik dat als je een G tekent, in plaats van zo'n oog, dat het dan veel meer pijn doet. En het is nog mijn letter ook. Het is dus niet alleen vereenvoudigd, het heeft ook meer effekt, want het doet meer pijn. Dat ontdek je door te schetsen, vooral bij dingen die je niet kunt. Ik kan nog altijd geen achterkant van een schoen tekenen. En opeens ontdek je zoiets.

Maak je veel gebruik van de computer?

Niet zo. Ik scan mijn tekeningen in en stuur ze per ISDN naar de inkleurster.

De lijnen in de laatste albums zijn nochtans gekarteld.

Ja, maar dat heeft te maken met de ziekte van een inkleurster, waardoor alles verkeerd liep en een aantal pagina's zijn gefaxt. Faxen is natuurlijk rampzalig. Met ISDN zie je daar niks van.

Je bent ook een stripfreak, wat voor een auteur uitzonderlijk is. Je bent bijvoorbeeld de ontdekker van Bill Watterson in Nederland.

Ik heb daar gewoon een zintuig voor. Ik ga naar stripwinkel Lambiek, ik selekteer op covers, en dan kijk ik naar het binnenwerk, dat meestal nog tegenvalt. Bij Bill Watterson vond ik dat het er wel leuk uitzag, maar dat het niet echt uitnodigde tot lezen. Tot Windig en De Jong me zeiden dat ik dat eens moest lezen.

Erwin Cavens van Dupuis wist niet zeker meer of je nu de rechten had van Calvin and Hobbes of alleen de vertaling deed.

Ik heb de rechten voor de Nederlandse vertaling van Calvin and Hobbes. Ik ben naar uitgevers gestapt om te vragen of ze zin hadden in een vertaling, maar ze kenden de strip al en hadden geen zin in een vertaling, omdat ze dachten dat Amerikaanse strips niet liepen. Dan heb ik zelf eens geïnformeerd naar de rechten en die kostten toen maar een schijntje.

Is het deels door jou dat we nu zo lang op een Nederlandse vertaling van deel vier moeten wachten?

Nee, dat ligt aan de Amerikaanse uitgever, die plots merkte dat Calvin and Hobbes na twee albums heel goed liep in het Nederlands. Toen wilden ze bij een andere uitgever proberen. Ik vond dat ze dat niet mochten doen, want ik had de strip naar Nederland gehaald en mocht er dus ook wel de vruchten van plukken, vond ik. De Amerikanen vonden dat wel redelijk, maar wilden toch niet toegeven. Ik heb dan eens ruzie gemaakt met hen op de Frankfurter Buchmesse en daarna heb ik het opgegeven, ook al omdat Bill Watterson me als een baksteen liet vallen. Maar Big Balloon meldde me nu dat ze het geschil hebben kunnen oplossen en ze hebben me gevraagd om het volgende deel te vertalen.

Gert Meesters
m.m.v. Michel Kempeneers

Dit interview werd afgenomen begin november 1997 op de boekenbeurs in Antwerpen en verscheen ingekort in een Veto van december 1997. Het werd uitgeschreven in de spelling-Geerts.

thuis<>interviews<>reportages<>over deze site<>contact

Samenstelling: Gert Meesters / laatste update: 13-06-2006 .
Deze site ziet er het best uit op een Mac, zoals alles eigenlijk.
Het copyright op gebruikte afbeeldingen uit strips behoort toe aan de vermelde auteurs en uitgeverijen.