Stripkap

Een webarchief van stripjournalist Gert Meesters


Eerste les in suksesvolle avantgarde met juffrouw Dominique Goblet:
"Ik doe enkel wat ik goed vind"



Vrouwelijke striptekenaars zijn zoals fietspaden. Iedereen vindt dat er meer moeten komen, maar het ziet er niet naar uit dat de situatie snel zal veranderen. De weinige vrouwen die narratieve prentjes maken, zorgen vaak voor een frisse invalshoek, wat in de in menig opzicht navelstarende stripwereld bijzonder welkom is. Dominique Goblet is zo'n jongedame. Ze vertelt in een unieke, persoonlijke stijl intimistische verhalen, fotografeert en maakt daarnaast ook illustraties. Een felle babbel over haar eerste boek Portraits Crachés, dat het Brusselse eksperimentele kollektief Frigo publiceerde, over haar grootse plannen en over het belangrijke stripevenement Autarcic Comix, dat eind deze week wordt georganiseerd in Schaarbeek.

cover GobletOm met het begin te beginnen: de inleiding van je boek vond ik onnozel. De schrijver, Thierry Van Hasselt van Frigo, beschrijft jou, maar zegt nauwelijks iets over je werk. Als er al een inleiding bij je boek hoorde, dan zou je toch wat uitleg over je werk verwachten. En niet iets dat overkomt als een lofzang op (de fysiek van) de auteur.
De meningen over die inleiding zijn verdeeld. Ik hou er heel veel van, omdat Thierry risiko's heeft genomen. Het gemakkelijkste was inderdaad iets over mijn stijl te schrijven ofzo. In plaats daarvan heeft hij een inleiding geschreven die het boek op de auteur betrekt. Ik vind die inleiding ook heel humoristisch. Sommige dingen zijn volgens mij duidelijk te grotesk om serieus bedoeld te zijn. Ook vanwege de verbondenheid van zijn werk en het mijne vind ik die inleiding heel geslaagd. Maar je bent niet de eerste die die opmerking maakt. Ik ben nu bezig met een autobiografische strip. Als de inleiding bij die strip zou zitten, zou ze belachelijk zijn. Maar bij dit niet-autobiografische boek kan zo'n inleiding.

De grap was mij als buitenstaander niet echt duidelijk. Het leek me dat je dat soort irrelevante beschrijvingen van de fysiek van de auteur nooit in een inleiding van het grafische werk van een man zou vinden. Alsof bij vrouwen uiterlijke schoonheid belangrijker is dan hun werk. Maar soit. Op het grote stripfestival van Angoulême is je werk in een vrouwententoonstelling opgenomen. Krijg je nooit het idee dat de mensen je vragen omdat je een vrouw bent?
Nee. Het is wel waar dat de stripwereld een mannenwereld is. Ze hadden voor die ekspositie een Belgische nodig en zo ben ik geselekteerd. Maar voor de rest... Mijn werk zou grotendeels hetzelfde zijn als ik een man was. Tenminste, mijn ambitie om iets met allerlei kunstvormen te doen, zou dezelfde zijn. Mijn gedrevenheid zou dezelfde zijn. De manier waarop zou waarschijnlijk wel verschillen, omdat ik nu werk vanuit een vrouwelijk standpunt.

Je verhalen vertellen over vreemde gezinsituaties, waarin de vrouwen en kinderen dikwijls de slachtoffers zijn.
Tja. Geef me mijn boek eens. Je kunt gelijk hebben, maar niet in alle verhalen. Anderzijds maak ik ook wel eens verhalen, die seksistisch zouden kunnen zijn als ze door een man verteld waren. Ik ben helemaal geen feminist. Wat wel vaak zo is, is dat het kind een heel belangrijke plaats inneemt in mijn verhalen. Dat komt doordat ik een heel speciale jeugd heb gehad. Ik ben nu veelal geïnteresseerd in de psychologische relaties tussen de personages. Dat ik gezinsituaties afbeeld, heeft waarschijnlijk wel met mijn leven te maken. Maar geen enkel kind in mijn verhalen is in dezelfde situatie als ik vroeger. Er zit wel een vaste teneur in: wat er ook met kinderen gebeurt, ze zullen hun weg wel zoeken. Kinderen zijn ook interessant als verbindende schakel tussen een koppel: ze zijn koppeltekens. Ik vertel vaak heel zware verhalen, omdat me dat helpt ze met een glimlach te kunnen vertellen. Ik vertel ook nooit alles. Ik wil dat de lezer de sfeer begrijpt, maar ik wil geen anekdotes vertellen. Met mijn autobiografische strip zal dat ook zo zijn.
Ik speel graag met de stripwetten. Vaak zeggen mijn teksten iets anders dan de grafiek laat zien. Dat vind ik heel boeiend aan strips. Hoe de tekst iets kan bijbrengen aan het beeld en vice versa. Ik maak nu een boek met illustraties bij een tekst van een vriend. Die tekst illustreer ik met beelden uit mijn interpretatie. Ik wil niet weten wat hij zich erbij voorstelt, dat heeft ook geen belang. Ik probeer er het mijne aan toe te voegen.

Je vermenging van tekst en beeld gaat erg ver: je schrijft je tekst in het beeld. Je gebruikt bewust geen tekstballons.
Het schrijven van de tekst heeft een meerwaarde voor het beeld. De tekst in een ballon zetten, zou voor mij betekenen dat je de tekst scheidt van het beeld. Wat me interesseert is het narratieve beeld. Of ik nu schilderijen maak, illustraties, beeldhouwwerken of strips, dat speelt geen rol. Het kan me ook niks schelen als mensen mijn schilderijen illustraties noemen en mijn illustraties strips. Ik wil alleen vertellen. Het verschil is de tijd. In één illustratie kun je een grote tijdspanne vatten, in een prentje van een strip moet het vooruitgaan. Ik heb eigenlijk illustratie gestudeerd, hier in de Sint-Lucasschool van Sint-Gilis. Daar ben ik de kerels van Frigo tegen het lijf gelopen, die uiteindelijk hetzelfde idee hadden over beelden als ik. Ze maken wel duidelijk strips, maar in een zodanige vorm dat ze soms zelf ook de vraag krijgen of ze nu wel strips maken. Dat is absurd. Zoals kinderen die aan hun moeder vragen: 'Is die man nu je liefje, mama?'. Het mag niet in het vage blijven. Alsof in een vakje passen een evaluatiecriterium zou zijn. Terwijl de malaise in de stripwereld waarschijnlijk vooral terug te brengen is tot te veel navelstaarderij. Bij Frigo is er volgens mij ook niemand die alleen maar met strips bezig is. Maar de gemiddelde striptekenaar blijft mooi in zijn vakje.

Waar heb je die heel bijzondere grafische stijl vandaan?
Er zijn veel kunstenaars die ik bewonder, in de film, in de fotografie, overal. Maar ik hou er niet van om namen te noemen als het gaat over invloeden. Dan lijkt het alsof ik de stijl van een bepaalde persoon heb overgenomen. Je werk ontwikkelt zich ook door ervaring met materialen en eksperimenteren. Ik denk ook dat ik weinig invloeden heb die uitgaan van personen. Het zijn meer sferen en situaties. Ik ga bijvoorbeeld bijna dagelijks naar de vlooienmarkt hier in de buurt. Daar voed ik me. Ik zoek er vooral fotos en schriftjes, voor mijn plezier en voor mijn werk. In zulke schriftjes vind ik dikwijls ongelooflijke notities. Omdat ze uit hun kontekst zijn gehaald, kan ik ze niet juist interpreteren, maar dat boeit me nu juist: wat ik ervan kan maken. Ik ben erg gevoelig voor alles wat een verhaal vertelt. Mijn meubels komen allemaal van het Leger des Heils. Ik zou nieuwe, verhaalloze meubels niet kunnen verdragen. Ik heb dus geen zin om invloeden bij naam te noemen, want dat zou een foute indruk geven. Ik word veel meer beïnvloed door mijn manier van leven dan door bepaalde kunstenaars.

Wat is er zo leuk aan die boekjes waarin je werkt?
Het is een soort vrijwillige beperking. Zo'n boekje is door zijn vorm al narratief: er zit een sekwens in. Je moet voortdurend rekening houden met de verhouding van een pagina tot een andere pagina en toch is zo'n boekje ook bevrijdend. Het is niet zo erg als er eens een mislukte pagina tussen zit. En ik hou van het voorwerp boek, ik hou er zelfs van om zo'n volgetekend boek aan te raken. Dat is dan een stuk zwaarder geworden door al die verf.

Waar is duizendpoot Goblet tegenwoordig zoal mee bezig?
Op negen mei zou er een tentoonstelling van mijn werk moeten komen in de Brusselse galerij Ziggourat. Daar ben ik nu origineel werk voor aan het maken, op een groot formaat. Werken van groter dan een meter. (ze haalt wat werk uit) Ja, ik gebruik weer veel balpen. Ik hou ervan om balpen te gebruiken in mijn werk, omdat het een techniek is die niet te korrigeren is. Het moet er in één keer op staan. Ik heb ook een schriftje gemaakt, waarin ik met kleuren en lijnen eksperimenteer. Dat zijn die illustraties bij de tekst van een vriend van me. Hij schreef de tekst toen zijn vader in het ziekenhuis werd opgenomen. Toen ik ergens halverwege was met de illustraties, is zijn vader overleden. Ik heb het boekje toch nog afgemaakt. Het is een heel speciaal werk geworden, veel emotioneler en abstrakter dan mijn andere werk. Het wordt ook tentoongesteld bij Ziggourat.

Is dit nu je eerste ekspo?
Dit is niet mijn eerste ekspo, maar wel de eerste grote met enkel mijn werk. Ik vind het heel boeiend, want je moet in een ekspo ook iets met de ruimte doen. Je kunt je werken daar niet zomaar ophangen als je het narratieve wilt behouden. Na die tentoonstelling heb ik nog twee grote projekten. Het eerste heeft te maken met gesloten plaatsen. Dat zijn inrichtingen, gevangenissen enzo. Ik zou graag een halve maand in zo'n gesloten plaats verblijven en mijn werk afmaken als ik er weer buiten ben. Ik zou heel graag aan dat projekt beginnen, maar het zal niet gemakkelijk zijn om in zo'n plaats binnen te geraken. De bedoeling is dat ik allerlei dingen maak: een strip over dingen die in zo'n plaats gebeuren, een meer gevoelsmatige grafische impressie en een fotoreeks. En dan is er nog het autobiografische projekt, voor de Franse groep L'Association. Dat zal waarschijnlijk rechtstreeks in boekvorm worden uitgegeven, want het is een lang verhaal.

Autobiografie moet je als vrouw tegenwoordig wel doen. In het mainstreamstripcircuit vind je nauwelijks vrouwen. In de underground en avantgarde vind je ze wel, en dan maken ze vaak autobiografische verhalen.
Niet alleen de vrouwen. Bij L'Association zijn er ook veel mannen daarmee bezig. Maar ik heb het idee niet gehaald bij vrouwelijke stripmakers als Debbie Drechsler. Het is een persoonlijke behoefte. Ik werk graag met L'Association en zij werken veel met autobiografische verhalen. Zodoende... Ik denk er al lang over om een dergelijk verhaal te maken, maar ik durfde niet goed want je moet er echt de goede toon voor vinden.

Je hebt al voor heel wat avantgardegroepjes gewerkt. Je bent dus ook de aangewezen persoon om ze te vergelijken.
Ik sta het dichtst bij Frigo. Laat dat duidelijk zijn. Hun ideeën zijn me zeer dierbaar. Ze willen de mogelijkheden van het verhaal, de relatie tussen tekst en beeld, en de mogelijkheden van het beeld helemaal aftasten. Ze stellen hun eisen ook hoog. Bovendien wordt er bij Frigo echt samengewerkt in één atelier. Ik heb er nu al een tijd niet meer gewerkt omdat ik bezig ben met mijn tentoonstelling, maar ik spring er geregeld binnen. Anderzijds is het Franse Amok ook goed. Wat me in Amok minder boeit is dat ze niet op het groepseffekt spelen. Ze zijn maar met twee en stellen aan anderen voor om eens iets samen met hen te maken. Zo krijg je natuurlijk geen zich ontwikkelende zoektocht naar een gemeenschappelijk doel. Het Brusselse Bill is ook heel goed, maar is weer anders omdat ze meer met grafiek bezig zijn. Bij het suksesrijke Franse L'Association zitten vooral mensen die al van hun prilste jeugdjaren bezeten zijn van strips. Ze hebben daar allemaal een enorme stripbagage, zonder andere kultuur uit het oog te verliezen. Die stripachtergrond hebben we bij Frigo veel minder. Voor ons is het stripverhaal gewoon een goede manier om iets te vertellen. Dat neemt niet weg dat L'Association heel vernieuwend is. Ik heb ook nog wat werk gemaakt voor het Duits-Zwitserse tijdschrift Strapazin, maar dat is eigenlijk zeker geen groep.

Hoe gaat dat werken voor verschillende groepen in zijn werk? Klop jij bij hen aan of zij bij jou?
Goblet: Ik ben enkele jaren geleden naar L'Association gestapt omdat ik wat persoonlijke meningsverschillen had met Frigo. En ik wou dus uitwijkmogelijkheden hebben. Nu ook nog. Frigo is een goed draaiende motor, waarin je wordt meegezogen. Maar ik vind het belangrijk om daarnaast mijn eigen persoonlijke dingen te kunnen doen. De andere kollektieven hebben mij gezocht. L'Association is voor mij heel belangrijk. Bij L'Association moet ik meer op een stripmanier denken. Dat dwingt me om nieuwe dingen te doen. Bij Frigo doe ik wat ik wil. Maar door meer naar de specifieke wetten van de strip te gaan, die door veel artiesten als een beperking worden gezien, kan ik juist evolueren. Ik hou ervan het me moeilijk te maken. Zoals die tentoonstelling waar ik nu aan werk. A4-formaat was tot nu toe voor mij het maximum. En nu moet ik opeens zo groot gaan werken. Ik hou ervan dat ik me niet op mijn gemak voel. Anders blijf je toch een eeuwigheid hetzelfde doen. Vroeger hebben we wel eens wat meningsverschillen gehad met L'Association, maar nu gaat dat heel goed. Binnen de gewone lineariteit van de strip doen ze voortreffelijk werk. En nu geven ze ook skandinavische dingen en ander buitenlands werk uit.
Het gaat goed met de alternatieve strip. Men kan er niet zomaar omheen. Op het laatste grote stripfestival van Angoulême had L'Association meer nominaties voor de prijzen dan Dargaud. Maar de prijzen hebben ze (op één na) niet gekregen. Daar spelen natuurlijk kommersiële belangen mee. Van mij mogen ze de prijzen van Angoulême houden. Ik heb geen zin om in kompetitie te treden met mensen die ik absoluut waardeloos vind. Maar het is natuurlijk nog gemakkelijker: ze gaan daar nooit het risiko nemen iemand van Frigo te bekronen.

Een reden om mee te doen zou kunnen zijn dat je daardoor meer lezers voor je werk kunt krijgen.
Goblet: Ah nee. Ik doe enkel wat ik goed vind. Als ik die prijzenkermis veracht, dan ga ik er niet aan meedoen om eventueel wat publiek te winnen. Net zoals ik geen banale tv-uitzending over mij wil, waarin de interviewer er vooral de nadruk op legt dat je stempelt of dat je geslagen werd als kind en je probeert belachelijk te maken. Er komt nu waarschijnlijk wel een RTBF-uitzending, maar die zit goed. Het moet een uitzending over mijn werk zijn, niet over mij. Als er een rechtvaardige prijsuitreiking voor het beste album van het jaar zou bestaan, zonder kombines en financiële intriges, zou ik misschien wel meedoen. Maar dan niet speciaal om lezers te werven. Ik ben niet het tipe van de bescheiden artiest: ik geniet van de appreciatie van de lezer. Maar ik heb geen kommersiële motivering. Ik beschouw de feedback van lezers enkel als een steun om voort te gaan. Er is niks dat ik beter doe dan iets dat ik gratis doe, zoals dat boekje voor die vriend. Al de rest is toch enigzins beperkt door kommersiële belangen. Je staat onder druk om fouten te vermijden, terwijl foutjes juist interessant zijn. Zoals de onvolkomenheden van een lichaam.

Wat verwacht je van Autarcic Comix eind deze week?
Wat voor mij belangrijk is, is dat de mensen beginnen te beseffen dat er vanalles leeft in de stripwereld, dat ze kennismaken met de alternatieve strip. Dat zou mij ook in staat stellen om in dit medium voort te werken.

Gert Meesters

Portraits crachés van Dominique Goblet is uitgegeven bij Fréon, kost 790 frank en is verkrijgbaar bij de betere stripwinkel of op Autarcic Comix. Dat festival heeft plaats van 18 tot 20 april in de Hallen van Schaarbeek. Op het programma staan een stuk of tien tentoonstellingen, lezingen, een literaire avond, een fuif,... Het kruim van de alternatieve strip zal er zijn. Voor meer informatie: 02-5376474.


Dit interview verscheen in april 1997 ingekort in Veto. Het werd uitgeschreven in de spelling-Geerts.


thuis<>interviews<>reportages<>over deze site<>contact

Samenstelling: Gert Meesters / laatste update: 13-06-2006 .
Deze site ziet er het best uit op een Mac, zoals alles eigenlijk.
Het copyright op gebruikte afbeeldingen uit strips behoort toe aan de vermelde auteurs en uitgeverijen.