Stripkap

Een webarchief van stripjournalist Gert Meesters


Marc Legendre over zijn lievelingskind
"Alles in Biebel heb ik ooit meegemaakt"


In de stripwereld zijn grappige kinderen momenteel erg populair. Er duiken steeds meer stripreeksen op waarin kinderen grappige dingen beleven. 'Stefan' van Cauvin en Laudec en 'Kleine Robbe' van Tome en Janry zijn daar de beste voorbeelden van. Na enkele albums wordt zo'n reeks meestal pure roetine. Veel ouder en veel origineler is de reeks 'Biebel' van Antwerpenaar Marc Legendre. Biebel speelt al ruim twaalf jaar overtuigend de hoofdrol in een strip die tipische kinderonderwerpen behandelt op een niet zo tipische manier: school, sport, kalverliefdes. Auteur Marc Legendre trapt al even overtuigend tegen zere schenen van uitgevers, recensenten, pedagogen en zakenmensen. Net voordat hij per boot een lange reis ging maken, konden wij hem nog eens een en ander laten uitleggen.

Biebel is een raar ventje met een enorm hoofd en een zeer ongebruikelijke naam. Hoe kom je erbij om zo'n personage uit te vinden?
Ik heb daar nooit bij nagedacht. Op een gegeven moment vroeg een kameraad met wie ik op de universiteit had gezeten, of ik geen tekening kon maken voor een tijdschriftje van de KSA. Het moest een tekening zijn bij een artikel over het Vredesboek. Ik wou geen saai figuurtje tekenen dat braaf het Vredesboek aan het lezen was, want de ideeën in dat boek waren nogal naïef. Als je een kind geen pistool koopt voor Sinterklaas, dan zal het wel met zijn vingers een pistool nadoen. Met zulke ideeën stopt de oorlog niet. Daarom had ik een figuurtje getekend dat met het Vredesboek op het hoofd van zijn zusje sloeg. En ik liet dat meisje dan roepen: "Stop biebel". Ik weet helemaal niet meer waarom ik daar biebel geschreven heb. Toen kreeg ik een heleboel boze brieven van pedagogen. Die vonden het onverantwoord dat zo'n tekening geplaatst werd, want nu was het volgens hen onmogelijk om nog op een prettige manier met dat boek te werken. Mensen belden mij op en zeiden: "Die biebeltekening is rotslecht". Ik beaamde dan maar gemakshalve, totdat ze zeiden dat het mijn eigen tekening was. Ik heb dan het blad er eens op na geslagen, en gemerkt dat er inderdaad 'biebel' stond. Op die manier was een figuurtje ontstaan, zonder dat dat echt de bedoeling was.

Heb je grote voorbeelden in het stripwereldje die een weerslag hebben gehad op de latere ontwikkeling van 'Biebel'? In Biebel's slaapkamer ligt bijvoorbeeld wel eens een 'Calvin and Hobbes'...
Toen ik een jaar of vijftien was, was ik een grote fan van de strips van Gotlib. Dat vond ik toen echt het summum van humor. Niet 'Rhaa Lovely', dat is al wat platter, maar zijn vroegere werk. Hij maakte parodies op televisieseries, pocketboekjes, prototipes die iedereen kent. Hij durfde ook vanalles: hij onderbrak het verhaal zo nu en dan, personages die helemaal niks doen in het verhaal, komen even langsgelopen. Ik weet dat ik zulke dingen later ook gedaan heb in 'Biebel'.
Later ontdekte ik ook het werk van Binet, de auteur van 'De familie Suikerbuik'. Hij heeft me geleerd dat helden in stripverhalen doodgewone mensen kunnen zijn. Ik heb altijd veel inspiratie gehad over mijn omgeving, maar ik dacht dat je die nooit in een strip kon gebruiken.

Je kan toch moeilijk zeggen dat bijvoorbeeld Biebel's ouders gewone mensen zijn. Een halve gare piraat en een overemotionele moeder.
Toch zijn dat mijn ouders. Dat is echt zo. Alleen is het wat overdreven. Maar Binet deed dat ook en dat heb ik van hem geleerd. Als ik de strips van Binet las, dacht ik: "Eigenlijk is dat mijn vader". Zo merk je dat er dingen universeel zijn. Je merkt dat door de dingen wat te overdrijven, heel wat mensen er iets in herkennen. In het begin dacht ik dat de mensen mijn strips onnozel zouden vinden. Maar blijkbaar maken veel mensen zoiets mee.

Welk publiek heb je voor ogen als je 'Biebel' tekent?
Alleen mezelf. Toen ik ermee begon, was ik een jaar of vierentwintig en toen tekende ik al alleen maar Biebels voor mijn eigen plezier. Wanneer ik nu naar beurzen ga, dan zie ik dat er een kern is van harde roepers rond dertien jaar. Maar dat zijn dan vooral van die mannekes die Biebel na-apen en naspreken. Die staan daar van "Frutsel frutsel", aan te schuiven voor een gesigneerd album. Anderzijds merk ik ook dat 'Biebel' aanslaat bij een studentenpubliek. In Antwerpen worden er bijvoorbeeld Biebelfuiven gegeven. En daar ben ik wel een beetje verwonderd over. Dat is toch een rare naam voor een fuif.

Het is toch niet zo verwonderlijk dat 'Biebel' bij een gevarieerd publiek aanslaat. De tekeningen en edukatieve elementen lijken te wijzen op een strip voor kinderen, maar de soms erg fijnzinnige humor en literaire verwijzingen zijn dan weer veeleer voor volwassenen bedoeld.
Dat is louter toevallig. Eigenlijk beginnen kinderen van vijf 'Biebel' al te lezen. Ik merk dat omdat er bij 'Suske en Wiske Weekblad' brieven van zo'n jonge kinderen binnenkomen. Maar die kijken alleen naar die eenvoudige tekeningen. Die eenvoudige tekeningen zijn ook een probleem voor 'Biebel' geweest. Mensen dachten dat het voor kleuters bedoeld was.
Voor kinderen van dertien of veertien zitten er al heel wat plezierige dingen in, maar als ik ergens tussen haakjes een allusie op Steiner of Nietzsche zet, dan hebben ze die niet door. En dat is ook niet nodig om de grap te begrijpen. Studenten en ouderen lezen 'Biebel' dan weer juist voor die dubbele bodems.

Uit de albums van 'Biebel' blijkt een grondige afkeer van kommersie en marketing. De managers gaan met negentig procent van de winst lopen, in 'Kassa, kassa' parodieer je de reclame, de uitgever bemoeit zich met het verhaal... Heb je echt zo'n hekel aan de kommersiële kant van het stripmaken of is dat een traditionele grap die je uithaalt?
Een gewone grap is het zeker niet. Eigenlijk is het zo dat ik alles wat in Biebel gebeurt, wel eens meegemaakt heb. Ik heb een grondige hekel aan die kommersie. Ik vind het wel plezierig als iemand mij opbelt om postkaartjes te maken, want ik teken graag postkaartjes. Maar daarna wordt dat zo'n rompslomp, met kontrakten, bedriegerijen, pesterijen. En dan vraag ik me af waarom dat niet gewoon plezierig kan blijven.
Biebel heeft het als karaktertje heel moeilijk met die kommersie. Ik merk dat ik daar geen kontrole over heb. Reggie (het vriendje van Biebel) heeft ooit gezegd: "Ik wil nooit beroemd worden, want dan sta ik binnen de kortste keren op een sjokopot". Op dat moment stond Biebel op de Kwatta-sjoko. Mijn manager is dan mogen gaan uitleggen bij Kwatta dat ik dat niet zo slecht bedoelde, maar eigenlijk bedoelde ik dat wel zo slecht. Het is natuurlijk wel tof om Biebel op een pot sjoko tegen te komen, maar het is niet zo tof dat hij daar tegennatuurlijk op staat te smilen. Dat past niet bij Biebel.

Terwijl Biebel als zijn dwarse zelf waarschijnlijk een veel betere reklame zou zijn.
Dat denk ik dus ook.

'Biebel' illustreert dat strips en literatuur verbonden zijn. Ook in hedendaagse romans gebeurt het namelijk wel eens dat de auteur meespeelt in het verhaal als personage en dat het hoofdpersonage kritiek geeft op de gang van zaken. Je zou 'Biebel' met een moeilijk woord een meta-strip kunnen noemen. De personages zijn er zich volledig van bewust dat ze in een strip akteren en gedragen zich daar ook naar. Is 'Biebel' bewust zo chaotisch van verhaalstruktuur? Of doe je dat gewoon omdat dat bij Gotlib zo tof was?
Van Gotlib heb ik enkel geleerd dat het mogelijk is. Voordien dacht ik dat een strip een spanningslijn moest hebben, cliffhangers, kortom een duidelijke struktuur. In 'Biebel' doe ik gewoon mijn zin. Ik zit zo in elkaar. Ik begin linksboven op de pagina en ik weet dat ik acht pagina's moet maken. Ik heb gewoon geluk dat sommige mensen de onkunde om een volledig verhaal te vertellen hebben geïnterpreteerd als een bepaalde stijl. Ik kan geen verhaal lang over hetzelfde vertellen. Ik zou wel weten hoe ik het moest afmaken, maar ik kan het niet. Biebel komt dan in opstand, wil de senario's veranderen. Gelukkig mag ik mijn 'Biebel's zo maken.

Buiten de konventies qua verhaalopbouw en striptaal maak je ook de traditionele stripkarakters belachelijk. Er treedt een professor Klichee op in 'Biebel', die even verstrooid en geniaal is als alle andere professoren in strips, en Biebel's huisdier is een yuca. Ik neem aan dat je bewust de traditionele striprollen omver werpt.
Jazeker. Ik vind het verschrikkelijk dat men de kinderen in strips belachelijk maakt. Ik denk dat kinderen veel beter verdienen. Niet dat 'Biebel' dat biedt. Ik wil er niets voor in de plaats stellen. Maar ik wil wel protesteren tegen idiotieën. Een professor die altijd uitvindt is heel gemakkelijk, want die kan op het juiste moment met de juiste uitvinding op de proppen komen. Het verhaal hoeft dan helemaal niet goed meer in elkaar te zitten. Een figuur als Jerom is bijvoorbeeld doodgemakkelijk: een deus ex machina die alles oplost. Ik zeg niet dat Vandersteen hem zo gebruikte, want Vandersteen had nog goeie verhalen. Maar tegenwoordig...
Dat huisdier is zo'n tipische tic van uitgevers. Zorg maar dat er een diertje bij is, ook op de cover, want dat slaat goed aan bij de kinderen, kijk maar naar Flip bij Jommeke en Billie bij Bollie. Ik wist dan niet goed wat ik daarmee moest en heb er dan maar Freddy de yuca, die al eens op een kerstkaartje had gestaan, bijgesleurd. Dat was eigenlijk een steek naar de uitgever, maar die vindt dat dan toch gewoon goed. Jij merkt dat, maar een uitgever merkt zoiets niet.

Je zegt dat je niets in de plaats wil stellen, maar het valt me toch op dat er in 'Biebel' een aantal tema's opduiken die anders zelden of nooit in een strip kunnen. Er is bijvoorbeeld Vincent de homo of het racisme waartegen je protesteert met Biebel's eerste vriendinnetje - het negerinnetje Sloefke - en het album 'Parels voor de zwijnen'. Wil je dan toch iets overbrengen?
Ik heb vrienden en vriendinnen van allerlei slag. Vaak komen die voor in mijn albums, echte mensen of versmeltingen. De Vincent bestaat toevallig echt. Anderzijds zit je met een medium dat door een aantal mensen gelezen wordt en dan heb ik geen zin om te gaan doen alsof alles in de wereld in orde is. Het is gewoon huichelachtig dat bepaalde gevoelens nooit in een strip komen. Als je een medium ter beschikking hebt, en de kans biedt zich aan om zoiets terzijde te doen, dan vind ik dat je die kans niet mag laten schieten. Als het dan gevoelig ligt dat Biebel met een homo gaat zwemmen, tant pis. Racisme vind ik zoiets waar je niet naast kunt. Ik heb achter op de flap van 'Parels voor de zwijnen' een tekst gezet waarin ik mensen met racistische neigingen aanraad om het album te laten liggen. Dat meen ik. Het mag natuurlijk ook geen demagogische strip worden met het vingertje omhoog. Dat moet je vermijden.

Kritiek komt meestal in de strips zelf terug. Er wordt dan gezegd dat de teksten te lang zijn en niet luchtig genoeg, dat er te weinig beweging in zit bijvoorbeeld. Meestal wordt die kritiek tot een kwinkslag omgevormd. Wil je zo kritiek van je afschrijven of wil je laten zien dat je eigenlijk toch gelijk hebt?
Beide, denk ik. Als ik kritiek krijg, dan zit ik er wel mee in en dan moet ik dat soms van me afschrijven. Jammer genoeg zijn er weinig goede striprecensenten. Ik kan op voorhand bepalen wat er in welke krant over welke strip geschreven zal worden. Maar zo'n mening heeft wel invloed. Dan schrijf ik zo'n ondeskundige mening wel eens in een Biebel en dan hoop ik dat de recensent er zich in herkent. Uitwassen belachelijk maken hoort bij Biebel. Als zo'n recensent mij dan de volgende keer interviewt, dan pesten wij elkaar nog wat meer. Dat houdt het plezierig.
Als er serieuze kritiek komt, dan onderzoek ik die wel altijd. 'Biebel' heeft een tijdje in een Italiaans striptijdschrift gestaan met Mickey Mouse. Ten tijde van 'Snotneuzen in de sneeuw' stond 'Biebel' dus vol met erg jonge tekenfilmhumor. Maar een paar studenten hebben me daarop gewezen en toen heb ik aan de uitgever uitgelegd dat 'Biebel' weer zoals vroeger moest worden. Beter stoppen dan Mickey-Mouseverhaaltjes maken.

'Biebel' leeft van originaliteit. Sommige grappen in de laatste 'Biebel's hebben echter een lange baard. Is het niet moeilijk om altijd origineel te blijven?
Als je met humor bezig bent, is het altijd moeilijk om te weten of niemand je voor is geweest. Soms denk je dat je iets gevonden hebt, maar dan blijkt het al jaren op een scheurkalender te staan. Dat er minder originele grappen in staan is dus normaal. Dat is altijd zo geweest. Maar in het begin was de verrassing groter. Ik lees soms dat mensen vinden dat het nieuwe ervan af is. Maar dat kan niet anders. Ik kan niet met elke 'Biebel' de strip opnieuw uitvinden.

Gert Meesters

Dit interview verscheen in januari 1995 in Veto en in mei 1995 in het eerste nummer van De Nieuwe Stripgids. Het werd geschreven in de spelling-Geerts.



Samenstelling: Gert Meesters / laatste update: 13-06-2006 .
Deze site ziet er het best uit op een Mac, zoals alles eigenlijk.
Het copyright op gebruikte afbeeldingen uit strips behoort toe aan de vermelde auteurs en uitgeverijen.