Stripkap

Een webarchief van stripjournalist Gert Meesters


Jonge stripauteurs: onze eigen promiskuë Nix
"Humor moet je bedrijven, net zoals seks"


Lang, lang geleden, lieve kijkbuiskinderen, had Veto een gesmaakte eigen gagstrip: 'Kafeeteorieën'. Tegenwoordig staat de geestelijke vader van die strip, Nix, in Vlaanderen's twee kwaliteitskranten. Met 'Café du Commerce' in de ekonomische bijlage van De Standaard en met 'Ief de Chief' in de jongerenbijlage van De Morgen. Op de koop toe komt deze week een eerste album van dit bezig baasje uit. Dat hij in Leuven burgerlijk ingenieur studeerde, mag de pret niet drukken.

Marnix Verduyn (28) werkt fulltime bij 'een telekombedrijf' of 'in zaken', zoals hij het zelf altijd kuis uitdrukt. Maar tekenen, zijn huis verbouwen en auto's repareren doet hij liever. Die eerste hobby neemt al een hele tijd de vorm van een tweede fulltime bezigheid aan. Onder andere maakt hij een hele strippagina per week over belevenissen op de redaktie van De Morgen, met hoofdredakteur Yves Desmet in een niet te benijden hoofdrol - alles is waar gebeurd, uiteraard. Daarnaast tekent hij een vaste strookgag voor De Standaard en publiceert hij her en der nog wel wat. Bij stripwinkel Het Besloten Land hebben ze nog altijd niet begrepen dat je voor je verjaardag kado'tjes krijgt en niet geeft. Dus geven ze ter gelegenheid van hun tweede verjaardag onder andere een bundeling uit van Nix's verspreid verschenen werk, die de naam 'Hardnekkige Vlekken' heeft gekregen. Van cartoons over fotostrips voor Veto tot langere verhalen met het kenmerkende snelvuur van absurde grappen: het boekje biedt een representatieve staalkaart van Nix's overvloedige produktie in de laatste tien jaar.

Hoe is het verdorie zo ver kunnen komen, Nix?

Ik ben eigenlijk begonnen met een blaadje dat we met vier man in elkaar staken bij de burgies. Daarin maakten we alle proffen belachelijk en dat viel blijkbaar in goede smaak bij Veto. Veto recenseerde toen ook al de kringblaadjes en wij kwamen erg goed uit de verf, ook al waren we geen echt kringblad. Toen ben ik maar eens gaan vragen of ik niet voor Veto mocht werken. Dat was direkt in orde. Wel eerst alleen maar een strip in een vast formaat, 'Kafeeteorieën'. Daarna mocht er af en toe al eens een cartoon bij. Ik ben er met knikkende knieën aan begonnen. Dat gaat altijd zo bij mij. Ik verwacht dat ze me direkt gaan buitengooien. Nu bel ik ook altijd heel beleefd naar De Standaard. Ik stel zelfs altijd drie grappen voor, zodat ze de beste kunnen kiezen. Tot mijn spijt kiezen ze dan niet altijd de grap die ik de beste vind. Ik gebruik die afgewezen ideeën nooit opnieuw, onder meer omdat ze aan de aktualiteit gebonden zijn. Ik zou dat misschien wel moeten doen. Zoals de jokertrekking: de balletjes worden terug in de machine gebracht. Aktualiteit is een tweesnijdend zwaard. Als je op dagaktualiteit inspeelt, kan je heel sterk uit de hoek komen, omdat de timing dan meezit. Maar die grap is meestal achteraf helemaal niet meer te gebruiken. Zaza (cartoonist van o.a. De Standaard en Campuskrant nvdr) speelt helemaal nooit in op de aktualiteit. Hij heeft hele mappen vol met cartoons over vrij algemene onderwerpen. Hij heeft een heel goede stijl voor cartoons. Cartoons moeten er heel snel opstaan, zonder al te veel details. Dat maakt het allemaal te druk.
Ik heb uiteindelijk vijf jaar in Veto gestaan. Eigenlijk heb ik daar veel te weinig geprobeerd. Ik kwam er elke zondag om mijn strip te leveren, soms plakte ik ze zelf op de pagina, want toen gebeurde de layout nog met de hand, maar het gebeurde dikwijls dat niemand mij had gezien. Waarschijnlijk kwam ik ook te vroeg op de avond (lacht). Nu bij De Standaard en De Morgen stel ik wel meer zelf voor. Je merkt dan dat die mensen wel openstaan voor nieuwe ideeën, maar ze zijn meestal te weinig bezig met wat je voor hen zou kunnen doen, om er zelf op te komen. Pas op, ik blijf enorm onzeker. Ik denk altijd dat mijn werk toch wel niet zo goed zal zijn als ik zelf denk. Meestal valt het oordeel wel mee, en bovendien is het uiteindelijk maar één mening, die je aanvaardt of afwijst.

Het gebeurt niet zo dikwijls dat iemand voor De Standaard en De Morgen tegelijk werkt.

Rik Pareit vroeg me daar ook naar op Studio Brussel, op een toon alsof ik overspel pleeg. Maar uiteindelijk stelt dat allemaal niks voor. Ik maak voor die twee kranten twee heel verschillende produkten. Ik pas me gewoon aan aan het blad. Gary Larson's 'Far Side' staat verdorie in honderden of duizenden kranten. Daar zullen toch ook wel wat konkurrerende kranten bij zitten.

Je hebt altijd voor kranten of tijdschriften gewerkt. Waarom is dat zo leuk?

Het wordt direkt gepubliceerd. Ik wil altijd snel het resultaat zien. In 'Hardnekkige vlekken' staat een kortverhaal van twaalf pagina's en dat vond ik al verschrikkelijk lang. Ik begin wel meer zin te krijgen in langere verhalen. Maar tegen scherpe deadlines werken is gewoon heel plezant. Het kan ook nadelig zijn als je daardoor de tekeningen niet goed genoeg kunt afwerken, maar ze duwen je voort. Als je aan een album werkt, leg je jezelf een deadline op. Dat doe ik misschien ook nog wel eens, maar dat is wel een grote gok.

Eigenlijk ben je de laatste telg van het Vlaamse krantenstripgeslacht.

(grinnikt) Ja, ik heb daar wel wat over nagedacht. Ik was heel verwonderd dat juist De Standaard me als eerste opbelde om voor hen te werken. Maar ik vond dat het moest kunnen om voor hen een strip te maken die wel braaf is - het blijft tenslotte De Standaard en als je wil kun je er binnen de twee weken buitenvliegen - maar toch ook heel anders dan de striprotzooi die voor de rest in die krant wordt gepubliceerd. Ik wil de mensen leren dat strips niet vies zijn, dat je niet in een wijde boog om een stripwinkel heen moet lopen. De redaktie van de Ekonomiebijlage is gelukkig erg jong en ze staat open voor mijn strips.

Is het moeilijk om nog origineel te zijn?

Ik heb nog nooit van iemand gehoord dat mijn stijl echt een kopie is van een andere tekenaar. Daar ben ik heel blij mee, want ik probeer mijn eigen stijl te ontwikkelen. Ik heb natuurlijk wel favorieten, en ik herken wel eigenschappen van hun tekeningen in de mijne, maar ik verklap nooit wie mijn voorbeelden zijn. Dat moeten de mensen maar zelf ontdekken.

Kama vind je toch wel goed?

(lacht) Ik vind Kama okee ja (zie ook kaderartikel). Maar ik vind Bill Watterson van 'Calvin and Hobbes' even goed, alleen vind je zijn soort zachte humor misschien minder in mijn werk terug. Ik vis toch niet altijd in dezelfde vijver als Kamagurka.
Ik spreek nooit over humor. In tegenstelling tot Urbanus, bijvoorbeeld, die humor echt analyseert. Ik durf de verbinding 'humor maken' niet uit te spreken, omdat ik ze zo humorloos vind dat je al afgaat op het moment dat je het zegt. Over humor moet je niet spreken, je moet humor bedrijven. Dat is net zoals seks. Maar Urbanus vergelijkt humor met een auto: als je het chassis houdt en de karrosserie vervangt, kan je de grap opnieuw gebruiken. Hij vertelt dat hij mensen al hun eigen grap opnieuw had verteld, en dat ze er nog mee konden lachen ook. Grappen recycleren is iets dat ik nooit probeer.

'Ief de Chief' is een bijzonder grappig, maar soms mis ik struktuur.

'Ief de Chief' houdt het midden tussen een sitcom en een soap. En dat kan eigenlijk niet. Eigen aan een sitcom is dat er elke keer grappige dingen gebeuren met de personages - ik kan het bovendien niet laten om er zo veel mogelijk grappen in te stoppen. Het soap-element bestaat eruit dat er kontinuïteit in zit. Het gebouw stort half in en staat er de volgende aflevering nog altijd maar half. Tot nu toe heb ik de afleveringen van week tot week gemaakt. Maar sinds kort weet ik dat het 48 afleveringen zullen worden en ben ik direkt tot het einde aan het verzinnen, omdat ik ook een klimax wil voorzien. De laatste tien minuten van een film zijn naar het schijnt even belangrijk als de eerste tien minuten.
Ik werk lang aan zo'n pagina. Vijftien uur ongeveer. Een week aan één of twee pagina's zitten zou ik niet kunnen. Het moet echt wel vooruitgaan. Een pagina per dag is ideaal.

Werk je graag met weerkerende personages? Vandworp komt af en toe terug.

Die zit wel als figuur in mijn hoofd, maar hij ziet er elke keer anders uit. Het is zo'n afzijdig typetje. Iemand die wel weet dat hij niks voorstelt, maar dat toch niet wil toegeven. Maar ik werk eigenlijk weinig met vaste personages. 'Ief de Chief' zal ook definitief stoppen. Je moet op tijd stoppen met een reeks.
Ik eksperimenteer graag, want ik heb -vind ik- nog veel last van beginnersproblemen. Mijn stijl verandert nog voortdurend. Nu, ik vind dat ook wel plezant, want als die stijl er een keer is, dan is er natuurlijk geen lol meer aan. Ik twijfel ook nog vaak of ik nu fulltime tekenaar zou worden. Als ik dat vertel, heb je zo direkt twee reakties: de middenstanders, die onmiddellijk berekenen of ik er wel zou uitgeraken, en de mensen die beseffen dat het extra plezier dat verminderde inkomen wel zal kompenseren.

Je vindt het blijkbaar wel belangrijk dat je werk in een boek verzameld wordt, want je had dit album vorig jaar al samengesteld en beperkt in eigen beheer verspreid.

Ik had het naar een achttal uitgeverijen gestuurd waarbij ik dacht wat kans te maken, maar ik ben erg teleurgesteld over de reakties. Ik heb maar van twee uitgeverijen iets gehoord: één standaardbrief en één uitvoerigere brief, waarin tenminste nog werd uitgelegd waarom ze het maar niks vonden. Ik vind dat erg onprofessioneel. Ik zit elke dag in de zakenwereld en dan laat je toch minstens weten of je op het aanbod ingaat. Als ik belde, durfden ze zelfs niet in mijn gezicht zeggen dat ze het niet wilden. Dat vind ik gewoon flauw en onprofessioneel. Zo'n onderhandeling moet heel zakelijk gebeuren. Ik ben nu aan het verbouwen. Als een handelaar in ramen en deuren mij komt opzoeken en ik zeg nee, dan is dat afgesloten. Heel simpel. Maar een antwoord is toch nodig.

Ik heb het gevoel dat jij ook dat nummertje één op de cover hebt gezet. Wil je er een reeks van maken?

(lacht) Ik heb inderdaad nog vrij laat gevraagd om daar een één bij te zetten. Het is mijn bedoeling om elk jaar zo'n boekje uit te geven, met het werk dat nergens anders verschenen is, of in kleine oplage. Ik doe nu ook wel iets in Nederland -Zone 5300, Incognito-, maar dat heeft niet het bereik van mijn ander werk. Zone is een schitterend blad. Dat blad werkt heel professioneel.
Een reekseffekt is handig voor de herkenbaarheid. Ik hoop in elk geval dat de uitgever uit de kosten geraakt. Als ikzelf van mijn tekenen wil overleven, zal ik ook over de grenzen moeten kijken. Nederland en misschien wel Frankrijk.

Je laat je wel eens laatdunkend uit over het stripwereldje. Is dat dan erger dan een andere subkultuur?

Ik heb zelf nauwelijks strips. Ik teken al lang, maar pas de laatste jaren kom ik echt in het stripwereldje terecht. Daar zie ik veel mensen die zich veel te serieus nemen. Ik relativeer heel sterk wat ik maak. Misschien heeft dat te maken met het feit dat het mijn beroep niet is. Of met het feit dat ik humor maak - oeps, dat wilde ik dus niet zeggen. Misschien repareer ik over tien jaar auto's, dat vind ik ook plezierig. Ik zie mensen soms wel eens mijn strips lezen op de trein en de krant daarna prompt weggooien. Zo hoort het. Het is pulp en het moet pulp blijven.
Wat strips onderscheidt van mijn andere bezigheden, is de onvoorspelbaarheid, de kreativiteit. Ai, nu begin ik te zeuren. Je krijgt er een kick van als je een goede grap vindt. Ik schrijf eigenlijk het liefst voor mensen die normaal geen strips lezen. Mijn schoonvader werkt in een fabriek. Als ik die man kan laten lachen met een grap van mij, dan ben ik heel gelukkig. Misschien is dat kommersieel gedacht van mij, maar ik ga zeker mijn ziel niet verkopen door speciaal voor het algemene publiek te werken. Ik kan ook niet omschrijven wat dat is, mijn ziel verkopen, maar ik weet wel of ik nog achter mijn werk kan staan. De opdracht voor 'Ief de Chief' luidde: maak er een soort 'Guust Flater' van. Ze wilden zelfs dat ik ook rare dingen ging doen met mijn handtekening onderaan de pagina, zoals Franquin deed. Gelukkig heb ik me daar niets van aangetrokken. Ik heb al mijn absurde humor in 'Ief de Chief' kunnen stoppen.
Striptekenaar is een heel eenzaam beroep. Als ik er geen gewoonte van maakte om bij De Morgen langs te gaan, dan hoorde ik nooit reakties op mijn strip. Op 'Ief de Chief' komen veel reakties binnen. Gelukkig alleen maar positieve. Bij De Standaard of Veto heb ik die reakties nooit gevoeld. Toch is het uiteindelijk op basis van mijn werk in Veto dat ze me hebben gevraagd bij De Standaard. Ik heb ooit een humoristisch radioprogramma gemaakt voor Scorpio en ook daar kwam heel weinig reaktie op. Het enige tastbare bewijs dat er naar ons werd geluisterd en dat men ons niet slecht vond, was een luisteraarsenquête. Anders had ik nooit iets gehoord.
Ik zou nog altijd strips tekenen als niemand ze las. Misschien niet zo gedreven, maar ik zou wel nog strips maken.

Ik was eigenlijk wel wat bang voor dit interview, omdat je in interviews altijd zo gruwelijk zakelijk overkomt.

Dat hangt af van de vragen die ik krijg. Met de meeste interviewers lig je niet direkt onder tafel te rollen van het lachen. Bovendien ben ik wat misvormd omdat ik al vier jaar in het zakenleven zit. Als men mij iets serieus vraagt, dan antwoord ik daar serieus op.
Ik was ook wat bang voor dit interview. Ik probeer me niet persoonlijk aangevallen te voelen door kritiek, maar je hebt vorig jaar over mijn verhaal in Fin de Semaine geschreven dat dat geen struktuur had. Daar kon ik weinig tegen inbrengen, dat was zo.

En toen ze voldoende elkaars ego hadden gestreeld, boemelden ze nog enkele uren voort.

Gert Meesters

'Hardnekkige Vlekken' is uitgegeven bij Grint en kost 220 frank. De auteur signeert samen met Matthias Giesen, Tom Bouden en Wasco op donderdag 23 april, van 16 tot 19 uur in Het Besloten Land.

Dit interview verscheen in april 1998 ongeveer gehalveerd in Veto. Het werd uitgeschreven in de spelling-Geerts.



Samenstelling: Gert Meesters / laatste update: 9-06-2006 .
Deze site ziet er het best uit op een Mac, zoals alles eigenlijk.
Het copyright op gebruikte afbeeldingen uit strips behoort toe aan de vermelde auteurs en uitgeverijen.