Een webarchief van stripjournalist Gert Meesters
Jonge stripauteurs 2: Ralph Meyer
"Het label kunstenaar interesseert me niet"
Eén van de meest opgemerkte nieuwe stripseries van de laatste maanden was Hard tegen Hard, getekend door jonge wolf Ralph Meyer (26). Door een mengeling van doordachte carrièreplanning, talent en akute verlegenheid slaagde deze Parijse Luikenaar erin om bij grote uitgeverij Dargaud zijn ding te mogen doen. "Je leert het stripvak door te lezen".
Hard tegen Hard is - zoals de naam laat vermoeden - een hard-boiled verhaal over moord, doodslag en psychologische oorlogsvoering. Het hoofdpersonage, een New-Yorkse taxichauffeur, kan zijn gehandicapte vrouw niet uitstaan, en vice versa. Hij besluit haar te vermoorden en dat vormt de aanleiding voor heel wat spanning en een dosis bloedvergieten. Het verhaal wordt verteld met een minimum aan kleuren, een efficiënte pagina-indeling en veel gevoel voor filmische decoupage. Tarantino, maar met meer sérieux, van een ongevaarlijke punker die weet wat hij wil.
Waarom maak je strips?
Tekenen boeit me uiteraard. En ik vind illustratiewerk een beetje te beperkt. Strips hebben het voordeel dat je er ook een verhaal mee kan vertellen. Ik maak ook illustraties, maar op dit moment is dat nog niks sensationeels. Ik heb twee boekcovers en wat losse dingen gemaakt. Ik wil me niet beperken tot de strip, ook al voel ik me in de strip het beste thuis. Het is wel zwaar werk, en een beetje autistisch, kortom perfekt (lacht).
Kom je van een kunstschool?
Ja. Ik kom eigenlijk van Parijs, waar ik mijn bac gehaald heb met onder andere plastische kunst en literatuur, daarna heb ik twee jaar op een reklameschool gezeten, waar ik me ferm heb verveeld. Ik ben dan drie jaar in Luik St.-Lukas komen volgen om striptekenaar te worden. Er is een speciale richting striptekenen aan St.-Lukas, maar ze is niet zo bijzonder goed. De mensen die er lesgeven hebben zelf niet eens strips gepubliceerd. Nu, uiteindelijk moet je het stripvak toch leren door enorm veel strips te lezen. Dat is de beste leerschool. Je moet er de twee of drie reeksen uitpikken die je echt entoesiast krijgen en dan herlezen om te doorgronden hoe die strips werken.
Wanneer heb je echt het plan opgevat om stripauteur te worden?
Toen ik nog heel jong was. Ik verslond strips als kind.
En wat kwam er na school?
Ik ben twee jaar bezig geweest met stripprojekten uit te denken, gedeeltelijk uit te tekenen en te presenteren aan uitgevers. Daar kroop veel tijd in, niet alleen omdat een strip heel arbeidsintensief is, maar ook omdat uitgevers niet noodzakelijk binnen de twee dagen antwoorden (lacht). Na een tijdje drong het tot me door dat ik om te overleven wel een senarist moest zoeken. Niet zomaar een senarist, maar eentje met genoeg macht bij uitgevers, die me toch zou toestaan om de tema's uit te werken die me boeien. Mijn keuze viel op Tome (senarist van Robbedoes en De Kleine Robbe nvdr) omdat zijn reeks Soda en zijn strip De weg naar Selma me bevielen en omdat hij niet al te veel reeksen schrijft. Tome kan op 44 pagina's, wat toch niet veel is, een heel rijk verhaal perfekt timen. Hij is erg geïnspireerd op film, wat me ook aanspreekt.
Heb je veel positieve reakties gehad van uitgevers?
Jazeker. Maar tussen een entoesiaste reaktie en een voorstel voor een kontrakt zit nog een ruime marge. De uitgever kent je niet, weet niet of hij je kan vertrouwen, of je een album zal afmaken. Met beginnende auteurs neemt hij ook een financieel risiko, want die verkopen niet zo veel. Eén uitgever vond mijn tekeningen echt heel goed en hij raadde me aan om met één van hun vaste senaristen te werken. In zes maanden kreeg ik twee korte stukjes senario die ik helemaal niet zag zitten. Ik heb dus maar besloten om die samenwerking niet voort te zetten.
En met Tome lukte het wel.
Ik ben gewoon eens naar hem gegaan, met een map vol strippagina's. Ik had stilistisch heel verschillende dingen bij. Sommige dingen vond hij goed, andere niet. Hij vond een aantal pagina's met een taxi erin de beste. Het was een soort sciencefiction-detektiveverhaal. Hij vertelde dat hij al ongeveer vier jaar een verhaal over een taxi in een la had liggen en dat werd Hard tegen Hard.
Nu zal het dus gemakkelijker worden om projekten voor te stellen, want je hebt een album.
Zo werkt dat ja. De uitgevers weten opeens wie je bent.
De grote uitgevers kijken niet echt naar wat niet bij grote uitgevers wordt gepubliceerd.
Dat valt nogal mee denk ik. Als je ziet dat Trondheim en co. nu bij Dargaud zitten.
Maar zijn het Trondheim en co. die naar Dargaud zijn gestapt of andersom?
Allebei een beetje denk ik. De uitgevers voelen wel dat uitgeverijtjes als L'Association belangrijk worden, nu ze regelmatig dingen uitbrengen.
Maar alleen Dargaud brengt echt materiaal van die kerels uit.
Er zijn soms nog andere hoor.
Je hebt gelijk. Het verhaal van Hard tegen Hard stond vast van het begin?
Laten we zeggen dat het skelet van het verhaal er al was. Maar Tome heeft de details wel aangepast aan wat ik wou maken. Het is een echte uitwisseling van ideeën, een echte samenwerking geweest.
Er zijn geen sympathieke personages in je strip, en hij zit vol referenties naar film noir. Was dat ook al de bedoeling in het begin?
Het was direkt duidelijk dat het die kant zou uitgaan. De twee films waar Tome naar verwees toen hij het projekt voorstelde, waren Reservoir Dogs en Fargo, twee films die ik heel graag heb gezien. Dus ik had direkt het gevoel dat we op dezelfde golflengte zaten. Hard tegen Hard is ook direkt gekonsipieerd als een driedelige reeks. Daarna is het afgelopen. In de drie albums komen wel dezelfde personages voor. Ik vond het direkt goed om het bij drie albums te laten, want dat geeft me de gelegenheid om te groeien en daarna kan ik nog iets anders gaan doen. Ik zit nog niet direkt vast aan een oneindige reeks. Ik zal vier jaar aan deze serie gewerkt hebben als ze af is. Dus ik heb tijd om over later na te denken. Een verhaal kiezen, een register. Misschien doe ik hierna nog iets met Tome. We hebben wel plannen in die richting, maar die zijn nog niet zo konkreet.
Stelt Tome een bepaalde paginalay-out voor?
Ja. Ik mag daar dingen in aanpassen, maar dat doe ik zelden. Hij is gewoon fantastisch in zijn bladschikking en kamerastandpunten.
Je kleurgebruik is erg speciaal: geel, bruin en grijs, meer kleuren komen er bijna niet voor in je strip. Waarom?
Er zijn twee redenen voor dat kleurgebruik. Ten eerste moet je als beginnend auteur iets doen om je album te laten opvallen tussen de chaos van strips die op de markt worden gegooid. (fijntjes) Dus dat is een kommersiële reden. Ten tweede wilden we dat het kleurgebruik een funktie kreeg in het verhaal. De kleuren moesten perfekt passen bij de toon van het verhaal. Dus hebben we besloten om het kleurengamma heel sterk te reduceren.
De donkere kleuren begrijp ik. Maar dat geel? Is dat zo omdat taxi's in New York geel zijn?
Dat is een reden, plus het mag niet te eenzijdig worden. Alleen donkere kleuren zou geen goed idee zijn. Bovendien wordt in coverillustraties van harde detektiveverhalen ook vaak geel gebruikt.
Het is vrij ongewoon dat kleuren in strips worden gebruikt met een echt narratieve funktie. Meestal wil men alleen maar een realistisch tintje geven.
Er waren ook vroeger al auteurs die ermee eksperimenteerden. Om de leesbaarheid te bevorderen bijvoorbeeld. Het idee dat je met je kleuren meer kon doen dan de werkelijkheid imiteren bestaat dus al heel lang.
Wat is je doel in de stripwereld?
(korte stilte) Ik zou heel gelukkig zijn met een totale vrijheid ten opzichte van uitgevers, zodat ik vrij de toon en de grafiek van mijn verhalen kan aanpassen. Voor Hard tegen Hard heb ik ook mijn tekenstijl aangepast aan het verhaal. Dat vind ik leuk. Later wil ik ook zelf senario's maken. Als stripauteur moet je vooral proberen je te amuseren. De lezer ziet namelijk of je er plezier in hebt.
Is strip kunst of vakmanschap?
Ik heb iets tegen te artistieke tekeningen, omdat die de aandacht afleiden van het enige waar het om draait: het verhaal. Het label kunstenaar interesseert me niet. De strip als geheel is op zijn best populaire kunst.
Heb je op de kunstschool nooit last gehad van misprijzen ten opzichte van de strip?
De verschillende afdelingen op school waren erg gescheiden, maar ik heb er nooit iets van gemerkt. Er waren geen stammentwisten tussen de beeldhouwers en de striptekenaars als je dat bedoelt.
Naar welke auteurs kijk je op?
Naar Etienne Davodeau, die juist Quelques jours avec un menteur heeft gemaakt; en naar Dupuy en Berbérian met hun Monsieur Jean. Het is altijd leuk om te zien dat iemand ongeziene dingen vertelt in een strip, op een manier die heel trefzeker is.
Geloof je in het estetische van geweld?
Het blijft een steun om een verhaal interessant te maken. In Hard tegen Hard zit het geweld volgens mij niet echt in de scènes waar een politie-auto crasht of waar een pistool afgaat. Het geweld in Hard tegen Hard is vooral psychologisch. De twee hoofdpersonages kunnen elkaar niet luchten.
Het is toch niet zo'n vreedzame scène als een personage het hoofd van een ander tot pulp slaat op het trottoir?
Okee. Je hebt gelijk. Maar voor ons was dat niet de motivatie om het verhaal te vertellen. Het ging ons vooral over de psychologie, al was het van het begin duidelijk dat er heel wat geweld bij zou komen kijken. In Reservoir Dogs boeien me ook vooral de dialogen en de personages, en niet het geweld.
Gert Meesters
Dit interview werd in maart 1998 licht ingekort gepubliceerd in Veto. Een selektie eruit verscheen in juni 1999 in Teek 74. Het werd uitgeschreven in de spelling-Geerts.
Samenstelling: Gert Meesters / laatste update:
9-06-2006
.
Deze site ziet er het best uit op een Mac, zoals alles eigenlijk.
Het copyright op gebruikte afbeeldingen uit strips behoort toe aan de vermelde auteurs en uitgeverijen.
|