Stripkap

Een webarchief van stripjournalist Gert Meesters


Undergroundkardinaal Shelton geeft medemens goede raad:
"Wie probeert te leven als de Freak Brothers, is binnen de kortste keren dood"


Gilbert Shelton is een levende legende. Hij is één van de vaders van de Amerikaanse undergroundstrips met zijn superheldenparodie Wonder Wart-Hog en zijn nog steeds waanzinnig populaire The Fabulous Furry Freak Brothers, over een drietal vrolijke alcohol- en drugsliefhebbers. Hij werkt mee aan Zap Comix van Robert Crumb, de serie die de underground eind jaren zestig modieus maakte. Hij was bevriend met Janis Joplin voordat ze bekend werd, was één van de helden van het hippietijdperk en maakt nog steeds strips in de geest van de jaren zestig. De persoon Shelton kan dus alleen maar tegenvallen. Een gebaarde en gestaarte vijftiger, met bibberende handen, die zenuwachtig in zijn gezicht krabt en moeizaam zijn woorden zoekt. Naast zijn stripprojekten moeten we het dus duidelijk ook eens hebben over drugs. Een hortend gesprek bij Shelton's eerste signeerdoortocht in België.

De meeste mensen denken dat underground begon met Zap Comix in 1968. Maar jij en enkele anderen waren al veel vroeger bezig met gelijksoortige dingen.

Dat klopt. The Adventures of Jesus door Foolbert Sturgeon was er al in 1963, God Nose door Jack Jackson ook in 1963, allebei in Austin, Texas. En ik bracht in 1967 Wonder Wart-Hog Quarterly uit, dat zelfs nationaal verdeeld werd. Millar Publishing in Los Angeles stond in voor die uitgave. Dat was een groots opgezet projekt. De uitgever liet 140.000 eksemplaren drukken. Hij verkocht er maar 40.000 en dus ging hij snel failliet na dat projekt.

Was Wonder Wart-Hog de eerste superheldenparodie?

Wart-Hog prentEr waren er nog wel wat andere rond die tijd. Er verscheen zelfs een bundeling Wonder Wart-Hog, Captain Crud and Other Super Stuff. Maar Wonder Wart-Hog zal wel een van de eerste superheldenparodieën zijn geweest. Ik begon die strip in 1961 te tekenen. Vanaf 1962 werd hij gepubliceerd in allerlei tijdschriften en tijdschriftjes zoals Bacchanal en Texas Ranger. Nog altijd de beste parodie is Al Capp's Fearless Fosdick, dat me erg geïnspireerd heeft. Ook al werd Al Capp later een geschifte rechtse reaktionair, hij was een schitterende stripauteur.

Zijn werk heeft dat van heel veel undergroundartiesten beïnvloed.

Toen hij jong was, was hij een linkse aktivist op kruistocht, met een heel goed gevoel voor humor. Toen ik nog op de universiteit van Texas zat, werd me eens gevraagd om in een panel met Al Capp te zitten. Ik durfde niet. Ik vreesde dat hij mijn werk helemaal niet goed zou vinden als hij het te zien kreeg, en dat hij me dan de grond zou inboren in de aanwezigheid van al mijn vrienden. Dus heb ik Al Capp nooit ontmoet.

Je beroemdste werk, The Fabulous Furry Freak Brothers, ontstond in 1968. Was dat een onmiddellijk sukses?

cover Freak BrothersJawel. Maar sukses is relatief. Je kunt die eerste Freak Brothers eigenlijk met niets vergelijken. De eerste editie van nummer 1 heb ik helemaal zelf gemaakt. Die was op heel goedkoop papier gedrukt, met een kleurencover die nergens op leek. Ik heb die cover later nog herdaan voor de tweede editie. Ik heb de strips nog eigenhandig zitten vouwen en nieten. En ik probeerde ze dan zelf te verkopen. Ik weet nog goed dat ik vanuit Texas naar Californië ben gereden om die dingen kwijt te geraken. De laatste vijfhonderd eksemplaren heb ik geruild tegen de auto van Gary Arlington, de eigenaar van de San Francisco Comic Book Company. Dat was toen heel wat. Je had niet veel geld nodig om te kunnen leven in de jaren zestig.

Heb je ooit problemen gehad met de politie naar aanleiding van The Freak Brothers?

Nee, er zijn eigenlijk nooit problemen geweest met de politie voor Feds 'n' Heads of The Freak Brothers. Af en toe was er wel een winkeleigenaar die voor problemen zorgde, maar The Freak Brothers hebben veel minder opschudding veroorzaakt dan andere strips, zoals Zap Comix of de andere dingen die Crumb en Wilson toen deden. Je weet misschien dat er een rechtzaak geweest is tegen een galeriehouder in Berkeley, Californië naar aanleiding van een tentoonstelling van Crumb's Snatch. De aanklacht was obseniteit. Gelukkig besloot de rechter dat het materiaal niet obseen was. Maar iedere staat heeft een andere definitie van obseniteit. in Amerika is dat een heel verwarrende zaak. In Engeland verstaan ze onder obseniteit zelfs praten over drugs.

Hoe ben je dan later bij Zap Comix geraakt?

Laat me eens denken. Ik kende heel wat van die artiesten. Ik wist wie Robert Crumb was, ik kende Wilson van in San Francisco en Spain Rodriguez van in New York,... Het was dus eigenlijk natuurlijk dat ik bij hen terechtkwam. Ik denk dat ze me gewoon gevraagd hebben om iets te maken voor Zap Comix. Dat was een groot sukses. Ze hebben honderdduizenden eksemplaren verkocht over de jaren. En het bijzonderste was dat ze onze royalties betaalden!

Heb je nog kontakt met de andere Zap-artiesten?

Ja. Rick Griffin is dood, maar de anderen zie ik nog wel eens. Ik heb Robert Crumb gisterenavond nog gezien. Of was het nu eergisteren? Hij woont in het zuiden van Frankrijk en komt dus wel eens door Parijs. Mijn vrouw treedt soms op als zijn agent, dus zij ziet hem vaker dan ik. En de anderen zie ik als ik in Californië ben. Zij wonen in San Francisco, op Robert Williams na, die in Los Angeles woont.

Waarom ben je naar Parijs verhuisd, en niet naar Amsterdam, dat meer in de sfeer van de Freak Brothers zou liggen?

Het is warmer in Parijs. Ik had ook een goede relatie met mijn Franse uitgever. Die is ondertussen failliet. En ik had een aantal Franse tekenaars leren kennen op het stripfestival van Angoulême. Ik dacht dat ik veel zou kunnen reizen door naar Parijs te verhuizen, maar dat is er eigenlijk nog niet van gekomen. Het verkeer in Parijs is te hevig. Het kostte me een heel uur om vanmorgen de stad uit te geraken.
Ik zou de Amsterdamse coffeeshops wel bezoeken als ik er woonde, maar Amsterdam is zo'n moeilijke stad. Er is gewoon geen plek te vinden om te wonen. En mijn relatie met mijn Nederlandse uitgever was ook slechter. De vertalingen waren niet zo goed en Nederlandstalige lezers kopen toch de Engelse editie.

Het is eksakt dertig jaar geleden dat Crumb de eerste Zap maakte. Zou dit geen mooie gelegenheid zijn voor Zap 14?

Oh, maar Zap 14 komt eraan. er wordt al een paar jaar aan gewerkt. Het grappige is dat er een gevecht is ontstaan tussen Crumb en de anderen (behalve ik, want ik was er niet). Ze kwamen hem halen om een jam session voor Zap 14 te doen, maar hij wou niet meekomen, want zijn vriendin liet hem het huis niet uit. Moscoso heeft Crumb dan geslagen. Als Zap 14 er uiteindelijk komt, zul je het zelf kunnen lezen, want Crumb heeft er een strip over gemaakt. Er komt ook een gastauteur in Zap 14. Dat zal mijn kompaan Paul Mavrides worden. Maar hij is zo traag dat hij de acht à tien pagina's die hij moet maken, pas over een jaar of acht af zal hebben (lacht).

De jam sessions van Zap zijn wel heel bijzonder. Met z'n allen improviseren, zoals in de jazz.

Ik hou er niet zo van. Voor mij heeft een strip nog altijd een zekere kontinuïteit, een verhaal. Bij de jam sessions van Zap zijn de artiesten allerminst bezig met een verhaal. Het is misschien wel vernieuwend, maar het zou toch beter zijn met een zekere logica. Je zou bijvoorbeeld iedereen kunnen verplichten om het verhaal dat de vorige begonnen is, voort te zetten. Er bestaat al zo'n eksperiment, het boek The Narrative Corpse, maar dat is niet zo goed omdat elke tekenaar daarin het hoogtepunt van het verhaal wil vertellen. Je krijgt dus honderd pagina's lang klimaxen (lacht).

Die houding ten opzichte van een verhaal weerspiegelt zich ook in The Freak Brothers. Ben je het ermee eens als ik zeg dat de humor in de Freak Brothers heel traditioneel is?

Freak Brothers prentO ja. Ik wou er eerst een krantenstrip van maken. Ik maakte dus pagina's voor een wekelijkse krant. Pas met Zap Comix begon ik de behoefte te hebben om stripboeken te publiceren. Toen ik klein was, las ik Donald Duck en Little Lulu. Ook Blondie vond ik heel leuk toen de oorspronkelijke auteur, Chick Young, nog leefde. Dat zijn allemaal grappige krantenstrips.
In de krantenbusiness worden strips nog altijd beschouwd als een publiekslokker zonder intrinsieke waarde. De belastingsdienst in Californië probeerde een tijd geleden om Paul Mavrides een heleboel extra belastingen te laten betalen op zijn royalties. Die belastingen zou hij niet moeten betalen voor literatuur of beeldende kunst. Strips vallen ertussen in en worden bekeken zoals reklame. Na vijf jaar won Mavrides eindelijk zijn rechtzaak.

Werden de undergroundartiesten fel beïnvloed door Mad?

Ja. De eerste dertig afleveringen of zo, toen Kurtzman daar uitgever was. Het was een echte tragedie toen EC stopte.

Ageren jullie nog altijd tegen de Comics Code?

Bestaat die nog? Ik denk van niet. Nu, het doet er ook niet toe. Vroeger dachten we dat we zonder de Comics Code meer undergroundstrips konden verkopen, maar ik denk niet dat dat waar is. Undergroundstrips spreken alleen een bepaalde subgroep aan, mensen die houden van vreemde dingen. Mainstream worden we toch nooit. En Zap is waarschijnlijk geen ideale lektuur voor kinderen (lacht).

Veel undergroundstrips zijn autobiografisch. Tot op welke hoogte geldt dat voor The Freak Brothers?

Alle schrijvers van fiktie schrijven toch in mindere of meerdere mate autobiografisch. Maar je kunt niet leven zoals de Freak Brothers. Iedereen die zo probeert te leven, is binnen de kortste keren dood. Ik heb wel wat 'echt gebeurde' verhalen toegestuurd gekregen om in The Freak Brothers te verwerken. Maar meestal waren die te vreemd om ze te kunnen gebruiken. Er is er wel eentje dat ik verwerkt heb. Phineas wandelt stoned over straat en ze willen hem beroven: 'Geef ons al je geld'. En Phineas denkt: 'Ik heb wel geld in mijn zakken, maar ik heb ook geld thuis en geld dat in de tuin begraven is, en ik heb een bankrekening'. Dus zegt hij: 'Nee. Dat kan ik niet'. En de dieven lopen weg. Een vriend vertelde me dit verhaal en beweerde dat het hem overkomen was.

Ik bedoelde niet direkt gebeurtenissen die autobiografisch zouden zijn. Maar ik kan me wel voorstellen dat de sfeer en de manier van leven nogal autobiografisch zijn.

Dat is zo. Als je goed naar The Freak Brothers kijkt, zie je dat er eerst wat Texas in zit, daarna San Francisco en later wat Londen en Barcelona. Dus ik heb wel lokale decors in The Freak Brothers gestopt. Maar The Freak Brothers speelt zich toch af in een soort mitische grootstad, dus je kunt nooit echt een stad identificeren.

Je hebt ooit geprobeerd de filmrechten van de Freak Brothers te verkopen. Is dat gelukt?

Wel, er zijn al drie Freak Brothers-filmprojekten geweest. Drie keer is er niks gebeurd, maar we blijven proberen. Ik zou er zelf niet aan willen werken, dat is te veel druk voor mij. Maar mijn tussenpersoon in San Francisco werkt eraan voort.

Ga je nog Freak Brothers-verhalen maken?

We zijn er langzaam aan aan het werken. Eén van de verhalen zal zich trouwens in Amsterdam afspelen, dus dat wordt een gelegenheid om wat mooie gebouwen te gaan tekenen in Amsterdam en (lacht) wat research te doen in coffeeshops.

Waarom kreeg de kat van Fat Freddy, één van de Freak Brothers, een eigen reeks?

Fat Freddy's Cat coverOmdat we ontdekten dat er mensen waren die wel van die kat hielden, maar niet van de Freak Brothers. Dus dat werd een gelegenheid om hetzelfde te verkopen aan andere mensen. Trouwens, Krazy Kat begon ook als een 'topper' van The Dingbat Family. Een 'topper' is een kleine strook die aan een andere strip werd toegevoegd, omdat sommige kranten ietsje groter waren en dus wat extra materiaal nodig hadden. Nog een andere kattenreeks, Cicero's Cat, begon op dezelfde manier. Dus ik vond dat katteneksperiment wel leuk.

Lees je nog strips?

Ik lees wel nog wat de makkers maken: Crumb en de andere Zap-mannen. En van de nieuwe: Peter Bagge en Dan Clowes. Maar die zijn ook al niet meer nieuw. Ik heb de voeling met wat er gaande is in het wereldje dus wat verloren. Ik ben toch geen grote stripfan... Ik hou wel van de cartoons in de New Yorker. Vroeger waren ze wel beter: Charles Adams bijvoorbeeld. Ik heb zelf geprobeerd om cartoons te maken, maar dat lukte me niet zo goed.

In Zap heb je ook een heel ander verhaal gemaakt over het kerkhof Père Lachaise in Parijs. Waarom?

Wel, Zap moet eigenlijk eksperimenteel zijn. Dus maakte ik iets met foto's als dokumentatie, in een hyperrealistische stijl.

Dat verhaal gaat ook over Jim Morrison. Heb je hem ooit ontmoet?

Ik niet, maar Robert Crumb wel. Hij zei dat Morrison eruit zag als een jonge atleet die zijn vorm al verloren had. Hij moet er heel slecht uitgezien hebben.

Je speelt zelf ook muziek.

Je moet dat nu ook weer niet opblazen omdat ik op een cd sta. Ik speel piano voor mijn plezier. Toen ik jong was, zat ik in een rockband in Houston. Later werd ik een jazzfan. Ik maak natuurlijk wel nog een strip over de muziekbusiness: Not Quite Dead.

Komt je inspiratie voor die strip uit je eigen ervaringen?

Ik heb veel vrienden die muzikant zijn. En zij vertellen me hun vrolijke en droevige verhalen. Muzikant-zijn is pas een rotjob. Er zijn zo veel getalenteerde mensen. Wie aan de bak komt, verdient toch maar heel weinig. De enkelingen die echt doorbreken, worden dan weer verwend en verwoesten hun leven vaak met drugs. Er zijn wel wat gelukkige muzikanten tussenin, denk ik (lacht).

Je maakt Not Quite Dead met Pic, een Franse tekenaar. Hoe heb je hem ontmoet?

Ik denk dat ik hem in Angoulême heb ontmoet. Hij had al wat gepubliceerd bij Futuropolis, de nu verdwenen Franse underground-uitgever.

Je bent ook geïnteresseerd in kunst. Ik las dat je nog wil schilderen.

Ik heb kunst gestudeerd aan de universiteit van Texas, tot ik buiten vloog. Ik hou dus van kunst, maar ik heb een gebrek aan oefening. Ik heb nog geen tijd gehad voor andere dingen dan striptekenen.

Wat zijn je toekomstplannen?

O, hetzelfde blijven doen denk ik. Ik krijg nog altijd royalties van The Freak Brothers. Als ik wou, kon ik ermee ophouden. Blijkbaar spreken de Freak Brothers nog altijd aan.

Heb je daar een verklaring voor?

The Freak Brothers is gemakkelijk te lezen. Ik denk dat dat een opluchting kan zijn, want de meeste strips tegenwoordig zijn moeilijk te lezen.

Ben je het ermee eens dat The Freak Brothers eigenlijk een Kurtzman-achtige parodie op de hippiekultuur is?

Op een bepaalde manier. Ik was een beetje te oud om hippie te zijn en een beetje jong om beatnik te worden. Ik zat er wat tussenin. Kurtzman's parodieën waren een grote invloed op mij en op al de anderen.

Is dat geen gespleten element van de Freak Brothers: ze zijn sympathiek, maar toch lach je ze uit.

Ja. Wat je zegt, is waar, denk ik. Maar ik kan niet goed afstand nemen van mijn werk, dus ik ben me er zeker niet van bewust. Dat is gewoon mijn stijl. Ik merk dat bijvoorbeeld ook met Not Quite Dead. Ik vind dat een heel andere strip dan The Freak Brothers, maar voor sommige mensen is het gewoon dezelfde strip (lacht).

Not Quite Dead wordt in het Nederlands vertaald, hoor ik.

Ja. Oog en Blik brengt de twee eerste Engelse strips uit in één Nederlands boek. Men zegt me dat het boek binnenkort in de winkel moet liggen.

Over sensuur. Ken je het geval-Mike Diana?

Ik weet wie hij is ja. Het lijkt me dat de rechter zijn boekje te buiten is gegaan door Diana te verbieden om te tekenen. Ik hou niet zo van de tekeningen van Diana. Hij revolteert duidelijk, zoals Rory Hayes enkele jaren geleden. Maar Rory Hayes was een betere artiest en dat zegt al iets (grinnik). Het is wel een nieuwe stap in de geschiedenis van de strip: een rechter verbiedt iemand te tekenen.

Dat gebeurde in de konservatieve staat Florida. Kon dat ook in Texas gebeuren, of elders?

Het had in alle konservatieve staten kunnen gebeuren, dus ook in Texas. Texas heeft by the way heel tolerante wetten over het bezit van marihuana. Vier ons marihuana bezitten leidt tot dezelfde straf als alcohol drinken in het openbaar. Dat wil zeggen: maximum honderd dollar boete.

Heb je de States misschien verlaten wegens alle rechts-ekstremisten, godsdienstwaanzinnigen, neo-nazi's?

Wel, die mensen zijn vreselijk genoeg, maar in San Francisco hoor je daar niks van. Integendeel, daar zitten alle linkse zotten bij elkaar. Dus San Francisco is in dat opzicht aan de saaie kant. Ik was gewoon wat verveeld. Het is eigenlijk een kleine stad met zijn zeshonderdduizend inwoners.

Van de meeste undergroundtekenaars kun je zeggen dat hun stijl beïnvloed is door Crumb. Jij was al aan het tekenen in een gelijkende stijl, nog voordat Crumb begon. Waar heb je die stijl vandaan?

Ik vind stijl helemaal niet belangrijk. Stijl is als een handschrift. Het zijn de dingen die je ervan weerhouden om perfekt te tekenen. Sommige mensen beginnen met een stijl te ontwikkelen. Dat is verkeerd. Er is niks zo vervelend als een hoopje stijl. Ik werd wat beïnvloed door Kurtzman. Ik kon wel niet zo goed tekenen als hij. Een andere invloed is Parch, een cartoonist, die voor True en Playboy werkte.

Was het een hele ervaring om in Kurtzman's Help te mogen staan?

In het begin hergebruikte Kurtzman oude Wonder Wart-Hog-verhalen. Daar kreeg ik vijf dollar per pagina voor. Later mocht ik nieuwe verhalen leveren. Hij was wel niet gemakkelijk om mee te werken. Ik was het niet gewoon dat iemand tegen me zei dat mijn werk niet zo goed was (lacht). Hij stelde vaak veranderingen voor.

Het is blijkbaar een konstante dat undergroundartiesten weinig bemoeienissen verdragen. De samenwerking tussen Pekar en Crumb liep ook niet van een leien dakje.

Zeker bij Crumb lukte dat niet goed. Kurtzman probeerde van Crumb een professional te maken, maar Crumb wou helemaal geen professional zijn, hij wou gewoon zijn ding doen, in zijn heel persoonlijke stijl. Ik wou dan nog dingen maken die ik kon verkopen, maar Crumb heeft zich nooit bekommerd om verkoop.

Jij hebt altijd met andere mensen samengewerkt aan je strip. Nooit moeilijkheden ondervonden?

Toch wel, enkele. Maar ik verkies met andere mensen te werken. Dat geeft me een raamwerk, dan werk ik harder. Met twee aan een strip werken maakt het nochtans niet de helft gemakkelijker. Er ontstaan dan problemen.

Je werkte eerst met Dave Sheridan. Hij had een heel andere stijl dan jij.

Hij kon dat stijlverschil gemakkelijk overbruggen. Hij was een heel goede tekenaar en artiest. Hij schilderde ook goed. Ik leerde hem kennen op het Cleveland Art Institute, waar mijn vriendin toen studeerde. Zij was de beste van de klas, hij de tweede. Maar zij kon niet zo goed striptekenen als hij. In een Amerikaans wetenschappelijk tijdschrift hebben ze ooit zijn tekeningen gebruikt om aan te geven wat de visuele ervaring was bij gebruik van psychedelische drugs. Ze hadden ze alleen wat artistieker laten overdoen.

Veel tekenaars in die tijd werkten onder invloed van psychedelische drugs, zoals Crumb en Moscoso. Jij doet dat nooit, hoor ik.

Nee. ik zou helemaal niet kunnen tekenen als ik stoned was van acid. Ik weet ook niet of de anderen echt tekenden terwijl ze stoned waren. Crumb had de ongewone gave om zich te kunnen herinneren hoe het was om stoned te zijn. Hij maakte er dan een strip over. Maar zelfs dat kon ik niet.

Er bestaat een beroemd verhaal over Crumb. Men vertelt dat hij in de twee maanden na een weirde acid-trip enkele van zijn beroemde personages, zoals Mr. Natural en Angelfood McSpade, kreëerde.

Het gebeurt vaak dat je van acid een opstoot van mentale energie krijgt. Het stimuleert de onbekende delen van je brein. Crumb kon er heel wat kreativiteit uit halen. Van Moscoso geloof ik niet dat drugs effekt hebben gehad op zijn werk. Hij is gewoon een goed tekenaar en heeft alles te danken aan school of aan natuurlijk talent. Hetzelfde kun je zeggen over Rick Griffin's tekeningen. Ik denk niet dat iemand stoned kan tekenen. Als je het toch doet, lijkt het resultaat op de droedels die je tekent als je telefoneert.

Gert Meesters
Guido Devadder

Dit interview verscheen in mei 1997 ingekort in Veto, later nog in Gonzo Circus, en werd uitgezonden in het Radio Scorpio-programma 'Allemaal monsters'. Het werd uitgeschreven in de spelling-Geerts.

thuis<>interviews<>reportages<>over deze site<>contact

Samenstelling: Gert Meesters / laatste update: 13-06-2006 .
Deze site ziet er het best uit op een Mac, zoals alles eigenlijk.
Het copyright op gebruikte afbeeldingen uit strips behoort toe aan de vermelde auteurs en uitgeverijen.