Stripkap

Een webarchief van stripjournalist Gert Meesters


De onfeilbare waarheid over het stripverhaal
Paus vaardigt zinnige bul uit


U heeft nog nooit gehoord over Guust Flater. U denkt bij de naam 'Geerts' spontaan aan onze spelling. Bij de letters RG rinkelt in uw hoofd geen belletje. U denkt dat comics altijd grappig zijn en dat manga's tussen de sinaasappelen en de peren liggen. Waar bent u de laatste eeuw geweest? Om u zulke netelige vragen te besparen en ter verheffing van het Nederlandstalige volk geeft Standaard Uitgeverij het boekje 'Strips Aha!' uit, geschreven door Patrick Van Gompel en Ad Hendrickx.

Lektuur over strips is in het Nederlands nogal zeldzaam. Akkoord, er verschijnen wel eens wat werken over één bepaalde auteur, maar boekjes over de kunstvorm strip in het algemeen verschijnen net zo vaak als een nieuwe ijstijd. Pascal Lefèvre en Jan Baetens schreven enkele jaren geleden het degelijke, maar moeilijke boekje 'Strips anders lezen'. Voor het grote publiek bestond er eigenlijk niets. 'Strips Aha!' moet die lakune vullen. Standaard Uitgeverij voelt zich blijkbaar gesterkt na de boeken over Suske en Wiske en Vandersteen, want ook volgend jaar staan er nog boeken over strips op de planning van de uitgeverij.

coverStrips Aha! is voornamelijk bestemd voor de leek. Het wil een inleiding zijn in het fenomeen strip en is dus een gebruiksboek, kwa pretentie te vergelijken met pakweg 'Groot leksikon van T.V.-series uit de jaren 50-60'. Het boekje is gemakkelijk opgebouwd, in kleine stukjes rond allerlei tema's, met in de marge wat feitenmateriaal of tekeningetjes. De tema's zijn bijvoorbeeld de geschiedenis van het stripverhaal, biografieën van vijfentwintig belangrijke auteurs, 'hoe wordt een strip gemaakt'. Het geheel wordt afgesloten met een verklarende woordenlijst van het stripjargon en heel wat handige praktische informatie over uitgeverijen (maar geen kleintjes als Talent of Geknipt Papier), stripwinkels in België en Nederland enzovoort. Het boek is zo opgesteld dat de lezer-leek geen zweem van elitair stripgedachtegoed kan opmerken: "Neemt dit boek stellingen in? Nauwelijks. De les is simpel. Er bestaan heel veel onwaarschijnlijk prachtige strips en er bestaan ook varkenslelijke, saaie strips".

Wanneer de kans zich voordoet maken de auteurs er wel een gewoonte van om het werk van grote auteurs aan te prijzen. Zo staat er in het boekje een subjektieve top dertig met daarin echte mainstream als Nero, maar ook pareltjes van Bourgeon, Tardi, Bilal en Comès. En af en toe druipt de stripofiele eruditie van een formulering af. Zoals de volgende over de start van een verzameling: "...of ze krijgen een bescheiden verzameling strips van grote broer of oom Wim". Oom Wim is een stripklassieker. Ook de cover, getekend door wonderman Jan Bosschaert, verbergt heel wat verwijzingen naar bestaande of bijna gepubliceerde strips. De titel van het boek heeft dan weer te maken met het sappige taalgebruik van de piraat Tuizentfloot uit Sleen's dagbladstrip Nero.

De auteurs, VTM-journalist Patrick Van Gompel en stripwinkelier Ad Hendrickx, zijn respektievelijk voorzitter en sekretaris van de Bronzen Adhemar Stichting vzw (Bas). Die stichting reikt de belangrijkste stripprijs in Vlaanderen uit. De auteurs zijn dus belangrijke personen in het Vlaamse stripwereldje. Het ergerlijke is dat ze dat ook uitvoerig ten toon spreiden. Door hun (onwillekeurige?) arrogantie vergroten ze de afstand tussen de leek-lezer enerzijds en henzelf als absolute autoriteiten anderzijds. Wij, pausen van de Vlaamse stripwereld, vaardigen de onfeilbare waarheid uit. Die houding blijkt onder meer uit het irritante gejij waarmee de auteurs de lezer aanspreken. Die lezer heeft volgens de schrijvers blijkbaar het intelligentiequotiënt van een wijngaardslak: "Komt daar nog bij dat Amerika echt wel een groot land is". Bovendien vertellen Van Gompel en Hendrickx al hun heldendaden in de wij-vorm in plaats van de informatie objektief weer te geven. Een greep uit het aanbod: "toen we op televisie striptekenaar Paul Geerts aan het werk lieten zien", "Chris Browne heeft ons ooit verteld", waarna een uiteenzetting volgt over hoe de auteurs Chris Browne op de knieën dwongen en hem lieten bekennen dat hij met senarioschrijvers werkt.

Minder erg, maar toch opvallend zijn de soms erg persoonlijke oordelen over strips. Volgens de auteurs behoort Nero tot de dertig beste strips aller tijden. Meer nog, "wie nog nooit een Nero heeft gelezen kan in Vlaanderen en Nederland moeilijk meepraten over strips". Hoe heette die onderscheiding van de Bas ook weer? Over de Nederlander Dick Matena wordt in het hoofdstukje verzamelen vrijmoedig geopenbaard: "Het is boeiend om al zijn strips bij elkaar te hebben staan". Minder direkt komen de voorkeuren aan bod bij de biografieën van stripauteurs. Toch hebben de samenstellers hierbij vreemde keuzes gemaakt. Geen Bourgeon (Kinderen van de Wind), maar wel Hubinon (Buck Danny). Geen Legendre (Biebel) of Marvano (De eeuwige oorlog), wel Hec Leemans (Bakelandt). Het historische belang van de strips en de bereikbaarheid in de doorsnee winkel lijken hier de doorslaggevende selektie-argumenten te zijn geweest.

Van een boekje als 'Strips Aha!' zou je verwachten dat het hier en daar wat vooroordelen bij het grote publiek probeert weg te nemen. Jammer genoeg is soms het tegendeel waar. Als het over geweld of seks gaat, varen de pausen uit tegen de zedeloosheid van de stripwereld. Ze "huiveren" en duwen de lezer de volgende dooddoener over Japanse seksmanga's in de strot: "Heeft het te maken met een seksuele frustratie of houdt het geweld in de boekjes het geweld van de straat?"

Ze zouden beter de verzamelaars van de straat houden. Een onevenredig groot deel van het boekje is namelijk gevuld met allerlei vanzelfsprekende informatie over het beginnen van een stripverzameling. De auteurs zijn zelfs in staat de lezer te behoeden voor mogelijke financiële rampen. Of wat dacht u van de volgende informatie over de waarde van een uit de kluiten gewassen verzameling: "... als je partner je samen met je stripkollektie op de straat gooit. Hoewel, als die strips veel waard zijn, is de kans groot dat jij eerder op straat ligt te spartelen dan de strips. Maar goed."

Hier en daar kan je de schrijvers ook op een onnauwkeurigheid betrappen: de auteur van Pinokkio heet opeens Colladi in plaats van Collodi, Belle Starr is een album van Lucky Luke, niet Bella meuh Star. En de reeks Arno wordt niet meer getekend door Juillard, maar door Denoël. Details natuurlijk. Of deze giller van een formuleringsvergissing. Het juryrapport van de Bronzen Adhemar 1983 sprak van Merho (Kiekeboe) als "'de cabaretier van de Vlaamse strip'. Niets is minder waar, de Kiekeboe-verhalen barsten van grappige woordspelingen en absurde situaties".

Begrijpt u mij vooral goed. 'Strips Aha!' past goed in de leemte die de beginnende stripfreak ondervindt. Alleen heeft het boek direkt een tweede, herziene druk nodig om een aantal tekortkomingen weg te werken. Dan kunnen ook de gegevens over de stripwinkels in Leuven aangepast worden. Van de drie die in 'Strips Aha!' vermeld worden, stopt er eentje en is een andere verhuisd.

Gert Meesters
Dit artikel verscheen in november 1995 in Veto. Het werd geschreven in de spelling-Geerts.

thuis<>interviews<>reportages<>over deze site<>contact

Samenstelling: Gert Meesters / laatste update: 13-06-2006 .
Deze site ziet er het best uit op een Mac, zoals alles eigenlijk.
Het copyright op gebruikte afbeeldingen uit strips behoort toe aan de vermelde auteurs en uitgeverijen.