|
| ||
Een webarchief van stripjournalist Gert Meesters
Nieuwe striptijdschriften in 2000 Tussen de XIII-en en Largo Winchen waar we dit najaar mee worden bestookt, zou je het haast vergeten: er komt leven in de Vlaamse stripbrouwerij. En dan hebben we het niet eens over de matige tot vrij krachtige subsidie van 'eksperimenteel jeugdwerk' die Beeldstorm heeft weten te versieren, en ook niet over de belangrijke, maar zeer onvoldoende miljoentjes die Bert Anciaux voor de stripwereld in het vooruitzicht heeft gesteld. Nee, ik heb het over de jeugd, die leeftijdskategorie die moet krabben om er te geraken, en die strip-opperhoofd Hec Leemans alvast heeft toegefluisterd dat ze harder moeten werken als ze ooit suksesvol willen worden (lees: evenveel strips verkopen als hij). Niet iedereen maakt zowaar tien onderling verwisselbare Kampioenenstrips per jaar natuurlijk. En dat hij de hulp der jeugd in de persoon van aan-de-weg-timmerende jongeling Tom Bouden bij zijn enorme produktie nodig heeft, vergeten we natuurlijk even for the sake of the argument.
Die jonge luierikken (geen spelfout, ik schrijf in de spelling-Geerts) hebben een goed jaar achter de rug. Ik herinner me nog levendig de savoererende lektuur van Braaf Varken 1 van Bart Schoofs, het degelijke, edoch iets te gewild tekstuele Nachtegaal in de stad van Jeroen Janssen op senario van Pieter van Oudheusden, maar vooral de verrassing van enkele nieuwe striptijdschriften. Sommige daarvan zijn echt voor een heel specifiek publiek, zoals R-bots in Motion, waar ik maar enkele bladzijden van met plezier heb gelezen. Het meest hoopvolle nieuws kwam nog van het Brusselse Sint-Lukas, waar in juni de eerste lichting vers opgeleide striptekenaars afgestudeerd is. Dat werd gevierd met een publikatie: Demo, een goedkope uitgave met wat voorbeelden van wat de stripstudenten in hun mars hebben. Later kwam er nog veel meer goed nieuws uit die hoek: uitgeverij Oogachtend en drukkerij Artoos wilden voor vier nummers investeren in een professioneel striptijdschrift met de werken van de Sint-Lukasmannen (want er zijn helaas geen vrouwen bij). Dat werd Ink., waarvan het eerste nummer uit is, en het tweede nummer op komst.
Het werk dat erin gepubliceerd is, is voor een Vlaams striptijdschrift van een zeldzaam hoog niveau. Redaktioneel weet Ink. nog niet precies waar naartoe: een akademische stripteoretische tekst en een koetjes-en-kalfjesinterview met Urbanus passen niet zo fantastisch bij elkaar. Het stripwerk is ook heel gevarieerd, maar kent toch minder uitersten. Het lange verhaal van Guido Devadder is me bijgebleven, ook al is de psychologische rechtvaardiging van het gedrag van het hoofdpersonage niet zo overtuigend; het verhaal van Axel Jacobs begint goed, maar lijdt wat onder iets te beperkte tekenkapaciteiten. Conz heeft de flair te pakken om autobiografie te vertalen in amusante verhalen, maar ik ben benieuwd of hij ook andere onderwerpen aankan. Samengevat: koop allen Ink. Van de 250 frank/14 fl. die hij kost zullen er geen waanzinnige gaten in je budget ontstaan, en het is een investering in de toekomst, want na vier nummers moet het tijdschrift op eigen benen kunnen staan. Al zal daarvoor misschien vooral de distributie moeten verbeteren... Gert Meesters
Deze tekst werd geschreven in de spelling-Geerts.
Samenstelling: Gert Meesters / laatste update: 13-06-2006 . Deze site ziet er het best uit op een Mac, zoals alles eigenlijk. Het copyright op gebruikte afbeeldingen uit strips behoort toe aan de vermelde auteurs en uitgeverijen. |